Connect with us

Actueel

Farah (25): “Ik ben klaar met de ‘verplichte gezelligheid’ rond kerst op werk, het past niet bij mijn geloof”

Published

on

Farah (25) voelt druk om mee te doen met kersttradities op het werk: “Het past niet bij mijn geloof”

De feestdagen staan vaak in het teken van gezelligheid en samenzijn, maar voor Farah (25) brengen ze vooral ongemakkelijke situaties met zich mee. De jaarlijkse “verplichte gezelligheid” rondom kerst, zowel in de samenleving als op de werkvloer, botst met haar geloofsovertuiging. Als moslim voelt Farah zich steeds meer een buitenstaander in een tijd waarin kerst een dominante rol speelt.


Kerst op het werk: een ongemakkelijk gevoel

“Elk jaar begint het al in november,” vertelt Farah. “Overal verschijnen kerstbomen en lichtjes, en mensen beginnen af te tellen naar de feestdagen. Dat is prima voor wie er blij van wordt, maar voor mij voelt het alsof je verplicht wordt om mee te doen.”

Farah legt uit dat deze sociale druk ook op de werkvloer merkbaar is. De uitnodigingen voor kerstborrels, versierde kantoren en gezamenlijke kerstvieringen geven haar een ongemakkelijk gevoel. “Ik vier geen kerst en het heeft geen enkele betekenis voor mij. Maar er wordt van je verwacht dat je meedoet, lacht en ‘gezellig’ bent. Het voelt oneerlijk dat mijn keuze niet vanzelfsprekend wordt geaccepteerd.”


Kersttradities en geloofsovertuiging

Farah benadrukt dat haar ongemak voortkomt uit haar geloofsovertuiging. “Als moslim vier ik geen kerst, ik versier mijn huis niet en ik wens mensen ook geen fijne kerst, omdat dat niet past bij mijn geloof. Dat betekent niet dat ik anderen hun feest niet gun, maar ik wil trouw blijven aan mijn eigen overtuigingen.”

Het lastigste voor Farah is de sociale druk die met de feestdagen gepaard gaat. “Als ik zeg dat ik niet wil deelnemen aan een kerstborrel, krijg ik vaak rare blikken of opmerkingen zoals: ‘Ach, het is maar voor de gezelligheid.’ Maar voor mij is het meer dan dat. Mijn geloof staat op de eerste plaats, en ik wil geen dingen doen die daar tegenin gaan.”


Grenzen aangeven op de werkvloer

Hoewel Farah probeert haar grenzen duidelijk te maken, merkt ze dat dit vaak lastig is. “Het voelt alsof mensen niet begrijpen waarom ik me niet prettig voel bij kerstactiviteiten. Sommige collega’s zien het als een excuus om samen te komen en vinden dat ik me aanstel als ik aangeef dat ik niet wil deelnemen.”

De reacties die Farah krijgt, variëren van begripvol tot ronduit bot. “Sommige collega’s zeggen dat ik ongezellig ben of het anderen niet gun, maar dat is helemaal niet zo. Ik wil gewoon trouw blijven aan mijn overtuigingen zonder dat ik telkens dezelfde discussie hoef te voeren.”


Diversiteit op de werkvloer

Farah hoopt dat er meer aandacht komt voor diversiteit en respect voor verschillende overtuigingen op de werkvloer. “Ik wil niet dat kerst verdwijnt, begrijp me niet verkeerd. Maar het zou fijn zijn als er meer ruimte komt voor andere overtuigingen. Niet iedereen voelt zich thuis bij dezelfde tradities, en dat moet gerespecteerd worden.”

Volgens Farah zou het helpen als werkgevers meer aandacht besteden aan inclusiviteit tijdens de feestdagen. “Waarom geen neutrale eindejaarsviering waarin iedereen zich welkom voelt, ongeacht geloof of achtergrond? Dat zou een stap in de goede richting zijn.”


Blijven trouw aan jezelf

Ondanks de ongemakkelijke situaties blijft Farah vasthouden aan haar eigen normen en waarden. “Het is niet altijd makkelijk om de enige te zijn die iets niet viert, maar ik vind het belangrijk om dicht bij mezelf en mijn geloof te blijven, ook al begrijpen anderen dat niet altijd.”

Farah merkt dat ze soms het gevoel heeft dat ze zichzelf moet verdedigen, terwijl ze gewoon haar eigen keuzes maakt. “Het zou fijn zijn als ik me niet constant hoef uit te leggen. Mijn keuze om geen kerst te vieren is net zo waardevol als de keuze van anderen om het wel te doen.”


Een boodschap van begrip

Farah hoopt dat haar verhaal bijdraagt aan meer bewustzijn en begrip voor mensen met verschillende overtuigingen. “Ik wil niet dat mensen denken dat ik anti-kerst ben of anderen iets misgun. Ik wil alleen dat mijn grenzen worden gerespecteerd. Het gaat om wederzijds begrip, en ik hoop dat dat ooit vanzelfsprekend wordt.”

Met de feestdagen in aantocht pleit Farah voor een open gesprek over inclusiviteit en respect op de werkvloer. “Het draait niet om het wegnemen van tradities, maar om ruimte creëren voor iedereen. We leven in een diverse samenleving, en dat mag gevierd worden op een manier waarbij niemand zich buitengesloten voelt.”


Kerst in een diverse samenleving

Farah’s verhaal benadrukt de uitdagingen waarmee mensen met andere overtuigingen te maken krijgen in een samenleving waarin kerst een dominante rol speelt. Haar ervaring roept belangrijke vragen op over hoe we inclusiviteit in de praktijk kunnen brengen, zowel op de werkvloer als daarbuiten.

In een tijd waarin saamhorigheid en respect centraal zouden moeten staan, hoopt Farah dat haar boodschap wordt gehoord: dat iedereen zich welkom voelt, ongeacht welke feestdagen ze vieren.

Actueel

Slecht nieuws voor Rob Jetten en zijn coalitiegenoten

Published

on

Het kabinet van premier Rob Jetten krijgt een flinke tik in een nieuwe peiling van Ipsos I&O. Nog slechts 18 procent van de ondervraagden zegt tevreden te zijn over het beleid van het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD. Zeven op de tien zijn juist ontevreden. Daarmee bereikt de tevredenheid volgens het onderzoek het laagste niveau sinds het aantreden van het kabinet. Ook onder de eigen achterban van de coalitiepartijen neemt de kritiek toe.

Rob Jetten trad op 23 februari aan als premier en staat daarmee nog geen zeven maanden aan het roer.

Toch lijkt de aanvankelijke hoop bij een aanzienlijk deel van de kiezers inmiddels te zijn verdwenen.

De nieuwste cijfers van Ipsos I&O laten een duidelijke verslechtering zien ten opzichte van de vorige meting.

Nog maar 18 procent tevreden

Volgens de peiling is momenteel slechts 18 procent van de ondervraagden tevreden over het kabinet-Jetten.

Daar staat tegenover dat ongeveer zeven op de tien kiezers aangeven ontevreden te zijn.

Beide cijfers zijn volgens Ipsos I&O opvallend.

De tevredenheid is sinds het aantreden van het kabinet niet eerder zo laag geweest, terwijl het aandeel ontevreden kiezers juist een nieuw hoogtepunt bereikt.

Ook de ontwikkeling ten opzichte van enkele maanden geleden is fors.

Flinke daling sinds juli

Bij de vorige peiling, die in juli werd gehouden, gaf nog 26 procent van de ondervraagden aan tevreden te zijn met het kabinet.

Dat percentage is inmiddels teruggelopen naar 18 procent.

Dat betekent een daling van 8 procentpunt in relatief korte tijd.

Opinieonderzoeker Peter Kanne van Ipsos I&O sprak bij Café Kockelmann over het geringe vertrouwen onder kiezers.

Volgens hem leefde na de vorming van het kabinet bij een deel van Nederland aanvankelijk de gedachte dat er na een politiek ingewikkelde periode eindelijk weer beleid gemaakt zou worden.

De nieuwste cijfers wijzen erop dat die verwachting bij veel kiezers vooralsnog niet is uitgekomen.

 

 

Ook eigen kiezers worden kritischer

Voor D66, CDA en VVD is vooral een ander onderdeel van de peiling ongemakkelijk.

De ontevredenheid beperkt zich namelijk niet tot oppositiekiezers.

Ook mensen die bij de verkiezingen op een van de drie coalitiepartijen stemden, blijken lang niet allemaal tevreden over de huidige koers.

Binnen de D66-achterban is volgens het onderzoek nog iets meer dan de helft tevreden.

Bij het CDA ligt dat percentage op 43 procent.

De VVD scoort onder haar eigen kiezers nog lager: daar is volgens de peiling slechts 32 procent tevreden.

Dat betekent dat geen van de drie coalitiepartijen op overweldigende steun voor het kabinetsbeleid vanuit de eigen achterban kan rekenen.

Begrotingsonderhandelingen spelen belangrijke rol

Volgens de onderzoekers hangt de verslechterde beoordeling onder meer samen met de politieke strijd rond de begroting.

D66, CDA en VVD hebben binnen de coalitie overeenstemming bereikt over hun plannen, maar daarmee is de begroting politiek nog niet automatisch verzekerd.

Het kabinet heeft namelijk een minderheidspositie.

De coalitie beschikt niet zelfstandig over voldoende zetels om haar plannen zonder hulp van andere partijen door zowel de Tweede als Eerste Kamer te krijgen.

Daardoor moet het kabinet op zoek naar steun bij de oppositie.

Dat maakt iedere belangrijke politieke afspraak ingewikkelder.

Oppositie krijgt belangrijke positie

Voor het kabinet betekent de minderheidspositie dat er voortdurend onderhandeld moet worden met partijen buiten de coalitie.

Die oppositiepartijen kunnen in ruil voor hun steun aanpassingen of concessies verlangen.

Of het kabinet voldoende steun voor alle begrotingsplannen weet te verzamelen, zal daarom afhangen van de onderhandelingen die worden gevoerd.

Juist die onzekerheid lijkt bij kiezers niet goed te vallen.

Volgens Ipsos I&O hebben veel Nederlanders weinig vertrouwen in het vermogen van het kabinet om grote problemen daadwerkelijk op te lossen.

Slechts 9 procent heeft veel vertrouwen in oplossingen

Een van de opvallendste cijfers uit het onderzoek heeft betrekking op de slagkracht van het kabinet.

Volgens Ipsos I&O heeft slechts 9 procent van de ondervraagden vertrouwen dat het kabinet problemen kan oplossen.

Ook kijken kiezers kritisch naar de rol van de afzonderlijke coalitiepartijen.

Daarbij krijgt met name de VVD volgens de onderzoekers relatief veel verantwoordelijkheid toegeschreven voor de huidige politieke situatie.

Voor de partij is dat extra pijnlijk omdat ook onder de eigen achterban de tevredenheid met het kabinet laag ligt.

PRO volgens peiling grootste partij

De verslechterde beoordeling van het kabinet is ook terug te zien in de virtuele zetelverdeling van Ipsos I&O.

Als er op dit moment Tweede Kamerverkiezingen zouden worden gehouden, zou PRO onder leiding van Jesse Klaver volgens deze peiling de grootste partij worden met 26 zetels.

D66 zou uitkomen op 20 zetels.

De PVV volgt volgens de meting met 17 zetels.

Aan de rechterkant van het politieke spectrum vallen daarnaast de stijgende cijfers van JA21 en Forum voor Democratie op.

Het gaat hierbij nadrukkelijk om een momentopname. Een zetelpeiling voorspelt niet met zekerheid hoe Nederlanders bij daadwerkelijke verkiezingen zouden stemmen.

Peiling onder ongeveer 2.100 mensen

Aan het onderzoek van Ipsos I&O deden ongeveer 2.100 mensen mee.

Dat is vanzelfsprekend maar een klein deel van alle kiesgerechtigde Nederlanders, maar dat maakt een opinieonderzoek op zichzelf niet onbetrouwbaar.

Bij representatief steekproefonderzoek is vooral van belang hoe deelnemers zijn geselecteerd, hoe representatief de steekproef is voor de bevolking en welke statistische onzekerheidsmarges gelden. Een goed samengestelde steekproef van enkele duizenden respondenten kan daarom wel degelijk inzicht geven in verschuivingen onder de Nederlandse bevolking.

Tegelijkertijd moeten percentages en virtuele zetelaantallen niet als exacte verkiezingsuitslagen worden gelezen. Kleine verschillen kunnen binnen de onzekerheidsmarge vallen en politieke voorkeuren kunnen snel veranderen.

Stevige waarschuwing voor Jetten en coalitie

Voor premier Rob Jetten en zijn coalitiepartners zijn de nieuwste cijfers hoe dan ook geen prettig signaal.

Nog geen zeven maanden na zijn aantreden is volgens Ipsos I&O nog maar 18 procent tevreden over het kabinetsbeleid, tegenover 26 procent in juli.

Daar komt bij dat ook binnen de achterban van D66, CDA en vooral VVD aanzienlijke onvrede bestaat.

De komende periode wordt daarmee belangrijk voor het kabinet-Jetten. De coalitie moet niet alleen voldoende oppositiesteun vinden om haar plannen door het parlement te krijgen, maar staat volgens deze peiling ook voor een minstens zo lastige opdracht: het vertrouwen van een groot deel van de kiezers terugwinnen.

Continue Reading