Actueel
Ex-vrouw deelt vreselijk verdriet over Rob de Nijs
De ziekte van zanger Rob de Nijs laat diepe sporen na, niet alleen bij zijn huidige vrouw Jet Koetschruiter-De Nijs, maar ook bij zijn ex-vrouw Belinda Meuldijk. In een openhartig interview met Party geeft Belinda een emotioneel inkijkje in hoe zij omgaat met het verdriet en de machteloosheid die de situatie met zich meebrengt.

Een geschiedenis van liefde en samenwerking
Belinda Meuldijk en Rob de Nijs waren meer dan twintig jaar getrouwd en deelden niet alleen een leven samen, maar ook een artistieke samenwerking. Belinda schreef in die tijd talloze nummers voor Rob, die grote hits werden en nog steeds geliefd zijn. Ondanks hun scheiding is er altijd respect en een warme band gebleven tussen Rob, Belinda en Jet, zijn huidige vrouw.
Het nieuws dat Rob lijdt aan de ziekte van Parkinson en dat zijn gezondheid steeds verder achteruitgaat, raakt Belinda diep. Ze omschrijft de situatie als “vreselijk triest” en geeft toe dat ze moeite heeft om de realiteit te accepteren.
Machteloosheid en woede
In het interview vertelt Belinda hoe de progressie van de ziekte haar emoties heeft beïnvloed. “Er zijn tijden geweest dat ik bij hem op bezoek was en daarna naar huis reed, terwijl ik vloekend en tierend van woede achter het stuur zat,” onthult ze. Het was voor haar bijna ondraaglijk om te zien hoe de ziekte zijn tol eiste op de man die ooit zoveel kracht en vitaliteit uitstraalde.
Hoewel Jet haar regelmatig adviseerde om de situatie te accepteren, vond Belinda dat in het begin enorm moeilijk. “Ze zei dat ik niet moest vloeken, dat ik moest proberen het te accepteren,” vertelt Belinda. Inmiddels heeft ze geleerd om haar woede los te laten. “We zijn nu in een vredige laatste fase,” zegt ze, zichtbaar geëmotioneerd.

“Je kunt je erop voorbereiden, maar het blijft triest”
Belinda benadrukt dat iedereen in Robs omgeving machteloos moet toezien hoe de ziekte steeds meer grip krijgt op zijn leven. “Het enige voordeel dat ik kan bedenken aan het overlijden door een ziekte, is dat je je erop kunt voorbereiden,” zegt ze. Toch biedt die voorbereiding weinig troost. Het gevoel van verlies en machteloosheid overheerst.
Rob de Nijs en de musical Malle Babbe
Belinda’s invloed op Robs carrière blijft voelbaar, zelfs in deze moeilijke tijd. Veel van de nummers die ze voor hem schreef, zullen een plek krijgen in de musical Malle Babbe. Deze productie, die op 9 februari in première gaat in het DeLaMar Theater in Amsterdam, eert Robs muzikale nalatenschap. Helaas kan Rob zelf vanwege zijn gezondheid niet aanwezig zijn bij de voorstelling, wat het voor zijn naasten extra beladen maakt.
De musical zal daarna door het hele land te zien zijn en dient als een ode aan het indrukwekkende oeuvre van Rob de Nijs. Voor Belinda is het zowel een eer als een pijnlijke herinnering aan betere tijden, waarin Robs muziek en stem een grote impact hadden op het Nederlandse muzieklandschap.

Een onuitwisbare erfenis
De situatie van Rob de Nijs herinnert ons eraan hoe wreed ziekten zoals Parkinson kunnen zijn. Toch blijft zijn nalatenschap als artiest onuitwisbaar. Belinda Meuldijk, Jet Koetschruiter-De Nijs en zijn fans houden zijn muziek levend, zelfs nu hij zelf niet meer kan optreden. Voor Belinda is deze periode een tijd van reflectie, waarin ze haar verdriet probeert te omarmen en vrede probeert te vinden in het onvermijdelijke.
“Het is allemaal vreselijk triest,” zegt ze, maar ze blijft trots op de rol die ze heeft gespeeld in Robs carrière. De musical Malle Babbe is een herinnering aan wat Rob heeft betekend voor de Nederlandse muziek, en een laatste eerbetoon aan zijn talent en invloed.
Liefde en respect blijven
Hoewel Belinda en Rob al jaren niet meer samen zijn, spreekt uit haar woorden een diepe genegenheid en respect voor haar ex-man. Hun gedeelde verleden en de moeilijke realiteit van zijn ziekte brengen een emotionele lading met zich mee. In tijden van verlies en verdriet blijft de kracht van liefde en respect een verbindende factor, niet alleen voor Robs naasten, maar ook voor de fans die hem blijven steunen.
De komende maanden zullen ongetwijfeld zwaar zijn voor iedereen die Rob dierbaar is, maar zijn muziek en nalatenschap zullen voortleven, dankzij mensen zoals Belinda die hem blijven eren.
Actueel
Belastingdienst niet blij met tanken over de grens en komt met de volgende maatregelen

Steeds meer Nederlandse automobilisten kiezen ervoor om hun tank niet in eigen land, maar in België of Duitsland vol te gooien. Vooral voor mensen die dicht bij de grens wonen, kan het prijsverschil behoorlijk aantrekkelijk zijn. Een tankbeurt wordt bovendien vaak gecombineerd met boodschappen, waardoor de totale besparing verder kan oplopen. Voor Nederland heeft dat gedrag echter een keerzijde: accijnzen en btw verdwijnen naar de buurlanden.
Waarom tanken over de grens goedkoper is
De prijs die automobilisten voor een liter benzine of diesel betalen, bestaat uit verschillende onderdelen. Naast de olieprijs spelen onder meer raffinage, vervoer, opslag en de marge van het tankstation een rol.
Een belangrijk verschil tussen Nederland en de buurlanden zit echter in de belastingen. Nederland heft relatief veel accijns op brandstof en daar komt vervolgens btw bovenop. Daardoor kan benzine of diesel in België en Duitsland aanzienlijk goedkoper zijn.
Een verschil van twintig cent per liter lijkt misschien beperkt, maar bij vijftig liter betekent dat al een besparing van tien euro. Wie een grotere auto heeft of meerdere keren per maand tankt, kan op jaarbasis een aanzienlijk bedrag besparen.
Voor mensen die slechts enkele kilometers van België of Duitsland wonen, is de rekensom daarom snel gemaakt.
Niet voor iedereen voordelig
Wie tientallen kilometers moet rijden om bij een buitenlandse pomp te komen, moet wel goed rekenen. De extra kilometers kosten immers ook brandstof en tijd.
Daarnaast kunnen files ervoor zorgen dat een goedkope tankbeurt uiteindelijk nauwelijks voordeel oplevert. Veel automobilisten combineren het tanken daarom met boodschappen of andere aankopen.
Op die manier wordt één rit gebruikt voor meerdere besparingen en wordt het aantrekkelijker om regelmatig de grens over te steken.
Nederlandse schatkist loopt inkomsten mis
Voor de Nederlandse overheid is tanktoerisme minder gunstig. Wie in Duitsland tankt, betaalt daar de accijnzen en btw. Nederland ontvangt van die tankbeurt niets.
Bij één automobilist stelt dat relatief weinig voor, maar wanneer grote aantallen Nederlanders hetzelfde doen, lopen de bedragen snel op.
Schattingen over de totale omvang verschillen. Volgens het aangeleverde artikel zou het mogelijk om honderden miljoenen euro’s per jaar gaan, waarbij sommige berekeningen zelfs richting één miljard euro gaan.
Dat levert een ingewikkeld dilemma op. Hoge brandstofaccijnzen zorgen enerzijds voor inkomsten en zijn bedoeld om vervuilend gedrag minder aantrekkelijk te maken. Anderzijds kunnen grote prijsverschillen automobilisten juist richting buitenlandse tankstations sturen.
De auto rijdt vervolgens nog steeds dezelfde kilometers, maar de belastinginkomsten gaan naar België of Duitsland. Wanneer iemand speciaal voor een tankbeurt extra kilometers rijdt, levert dat bovendien extra uitstoot op.
Nederlandse tankstations merken gevolgen
Ook pomphouders in Nederlandse grensgebieden voelen de gevolgen. Zij zien potentiële klanten letterlijk voorbijrijden richting een goedkoper tankstation over de grens.
Daarbij verliezen tankstations meer dan alleen inkomsten uit brandstof. Veel pompen verdienen een belangrijk deel van hun geld met hun winkel, waar klanten koffie, broodjes, frisdrank en andere producten kopen.
Wanneer automobilisten in Duitsland of België tanken, bestaat een grote kans dat ze dergelijke aankopen eveneens daar doen.
Vooral kleinere zelfstandige tankstations kunnen daar last van krijgen. Personeel, verzekeringen, onderhoud en energiekosten moeten immers gewoon betaald worden, terwijl de omzet terugloopt.
Sommige ondernemers proberen klanten daarom met kortingsacties, spaarsystemen, horeca of laadpalen terug te winnen. Toch is het lastig concurreren wanneer het prijsverschil aan de pomp groot blijft.
Ook Nederlandse winkels verliezen omzet
De gevolgen beperken zich niet tot tankstations. Omdat Nederlanders hun tankbeurt regelmatig combineren met boodschappen, profiteren ook buitenlandse supermarkten en winkels.
Geld dat anders mogelijk in Nederlandse grensplaatsen zou worden uitgegeven, belandt zo in België of Duitsland.
Dat maakt tanktoerisme een veel breder economisch vraagstuk dan alleen het verschil van enkele centen aan de pomp.
Wereldwijde ontwikkelingen spelen mee
Ook internationale gebeurtenissen hebben invloed op de brandstofprijzen. Oorlogen, politieke spanningen, productieproblemen en onzekerheid rond belangrijke handelsroutes kunnen olie duurder maken.
Wanneer de olieprijs stijgt, worden benzine en diesel doorgaans in meerdere landen duurder. De verschillen in belasting blijven echter bestaan, waardoor automobilisten nog steeds voordeel kunnen hebben bij een buitenlandse pomp.
Voor transportbedrijven zijn zelfs kleine verschillen belangrijk. Bedrijven die enorme hoeveelheden diesel verbruiken, kunnen door een paar cent verschil per liter al duizenden euro’s besparen. Tankstops worden daarom soms bewust buiten Nederland gepland.
Accijnzen verlagen dan maar?
Een voor de hand liggende oplossing lijkt het verlagen van de Nederlandse brandstofaccijnzen. Het prijsverschil met België en Duitsland zou daardoor kleiner worden en mogelijk zouden meer automobilisten weer in Nederland tanken.
Maar ook daar zit een keerzijde aan. Een lagere accijns betekent dat de overheid minder belasting ontvangt over iedere verkochte liter. Het is onzeker of de extra tankbeurten in Nederland voldoende zouden zijn om dat verlies te compenseren.
Daarnaast worden brandstofbelastingen gebruikt om automobilisten te stimuleren minder fossiele brandstoffen te gebruiken en bijvoorbeeld voor elektrisch rijden of het openbaar vervoer te kiezen.
Zelf goed rekenen
Voor automobilisten blijft het uiteindelijk vooral een rekensom. Kijk niet uitsluitend naar het bedrag dat op het prijsbord van het buitenlandse tankstation staat.
Neem ook de afstand, het eigen brandstofverbruik en de extra reistijd mee. Wie twintig euro bespaart maar daarvoor tientallen kilometers moet omrijden, houdt uiteindelijk een stuk minder voordeel over.
Voor inwoners van Nederlandse grensgebieden ligt dat anders. Wanneer een Belgische of Duitse pomp slechts enkele kilometers verderop ligt, kan regelmatig tanken over de grens op jaarbasis behoorlijk wat geld schelen.
En zolang het prijsverschil groot genoeg blijft, lijkt tanktoerisme voorlopig niet te verdwijnen. Daarmee blijft Nederland met een ingewikkeld dilemma zitten: automobilisten willen betaalbaar tanken, ondernemers willen hun klanten behouden en de overheid wil zowel belastinginkomsten veiligstellen als klimaatdoelstellingen halen.