Actueel
Boerin Grytsje uit First Dates staat in haar geboortekostuum in de Playboy!
First Dates en Lang Leve de Liefde zijn inmiddels vaste prik op de Nederlandse televisie voor iedereen die op zoek is naar liefde – of gewoon graag kijkt naar het sociale experiment dat daten op camera met zich meebrengt. Beide programma’s hebben hetzelfde doel: vrijgezellen aan elkaar koppelen op basis van hun voorkeuren, maar de aanpak en resultaten verschillen aanzienlijk.

Hoe werkt het matchen?
Deelnemers aan zowel First Dates als Lang Leve de Liefde kunnen vooraf een lijst met voorkeuren doorgeven. Dit kunnen uiterlijke kenmerken zijn, zoals haarkleur en lengte, maar ook interesses, levensstijl en woonplaats. Sommige deelnemers geven strikte eisen door, terwijl anderen zich laten verrassen en hopen op een onverwachte klik.
Het grote verschil tussen de twee programma’s is de tijd die kandidaten krijgen om elkaar te leren kennen. Waar je bij Lang Leve de Liefde minimaal 24 uur met je date doorbrengt – en dat kan oplopen tot wel vijf dagen – krijg je bij First Dates slechts een etentje van een paar uur om een eerste indruk op te doen. Dit heeft een grote invloed op de slagingskans van de matches.

Wat zeggen de cijfers?
Uit onderzoek blijkt dat Lang Leve de Liefde een aanzienlijk grotere kans biedt op het vinden van een partner. Maar liefst 6,6% van alle deelnemers loopt hand in hand de villa uit, wat niet gek is gezien de intensieve manier waarop koppels met elkaar in gesprek moeten gaan. In die 24 uur kun je voorbij de eerste indrukken kijken en ontdekken of er écht een connectie is.
First Dates daarentegen is volledig afhankelijk van die eerste indruk. De tijd aan tafel is kort, en als de vonk niet direct overslaat, is de kans klein dat er nog een tweede date volgt. Hierdoor verlaat slechts 0,6% van de deelnemers samen het restaurant. Dit betekent dat veel matches gebaseerd zijn op oppervlakkige aantrekkingskracht en snelle conclusies.

Maar is iedereen die meedoet eigenlijk écht op zoek naar liefde?
De zoektocht naar liefde of vijf minuten roem?
Hoewel de programma’s bedoeld zijn voor serieuze kandidaten, lijkt het steeds vaker voor te komen dat deelnemers meedoen met een ander doel: bekendheid. Vooral bij First Dates valt op dat sommige kandidaten direct hun social media of andere commerciële activiteiten promoten.

Veel dames laten bijvoorbeeld al binnen de eerste minuten van hun date weten dat ze een OnlyFans-account hebben, wat natuurlijk de nieuwsgierigheid van kijkers prikkelt. Mannen die dit horen, zullen waarschijnlijk even gaan opzoeken wat er precies te zien valt – een slimme marketingzet dus. Naast gratis reclame levert het ook nog eens een gratis diner op, betaald door de productie van het programma.
Het is duidelijk dat niet iedereen puur voor de liefde komt. Voor sommige deelnemers is First Dates een manier om zichzelf in de schijnwerpers te zetten en hun volgersaantallen op te krikken.

Grytsje: boerin, automonteur en… Playboy-model?
Een opvallend voorbeeld van iemand die niet bang is om haar bekendheid te vergroten, is Grytsje, een van de recente deelnemers van First Dates. Ze is niet zomaar een doorsnee kandidate; deze blonde verschijning had al eerder de spotlights opgezocht.
Grytsje verscheen in de Boerinnenkalender 2024, waarin ze werd uitgeroepen tot Miss Oktober. Daarnaast is ze niet alleen een boerin die tussen de koeien leeft, maar ook nog eens een automonteur – een combinatie die haar tot een droomvrouw maakt voor velen.

Hoewel haar deelname aan First Dates niet leidde tot een succesvolle match, heeft Grytsje haar verschijning goed benut om zichzelf extra in de kijker te spelen. Na haar deelname dook ze niet alleen op in de Boerinnenkalender, maar ook in een compleet andere setting: de Playboy.
Van het boerenleven naar glamourfotografie
Voor wie dacht dat Grytsje enkel te vinden is op het erf of onder een motorkap, komt bedrogen uit. Haar verschijning in de Playboy bevestigt dat ze niet bang is om haar veelzijdigheid te tonen. Dit is natuurlijk niet iets wat we in First Dates hebben kunnen zien, maar het is wel iets wat na afloop van de uitzending op social media flink rondging.

Hoewel we hier niet alles kunnen laten zien, kunnen nieuwsgierigen een kijkje nemen op het Instagram-kanaal van Rob van Buul, waar meer te vinden is over Grytsje’s glamouravonturen.
Liefde vinden op televisie: hoe serieus is het nog?
De vraag blijft: zijn datingshows als First Dates en Lang Leve de Liefde nog een serieuze manier om een partner te vinden, of worden ze steeds vaker gebruikt als springplank naar roem? De statistieken laten zien dat Lang Leve de Liefde meer kans biedt op een serieuze relatie, simpelweg omdat deelnemers elkaar beter leren kennen.

First Dates lijkt daarentegen een podium te zijn geworden voor influencers in de dop, waarbij sommigen slechts een korte spotlight zoeken in plaats van ware liefde. Dit verklaart wellicht ook waarom de slagingskans zo laag ligt; als deelnemers niet echt openstaan voor een serieuze connectie, is het moeilijk om de juiste match te vinden.
Wat kunnen we hieruit concluderen?
Voor iedereen die écht op zoek is naar liefde, lijkt Lang Leve de Liefde een betere optie. De langere tijd samen geeft deelnemers de kans om voorbij de eerste indrukken te kijken en een diepere band op te bouwen. De cijfers spreken dan ook voor zich: 6,6% van de koppels blijft samen.
First Dates daarentegen is meer een gok: als de vonk er niet meteen is, is de kans klein dat er een vervolgafspraak komt. De 0,6% slagingskans zegt genoeg. Bovendien lijkt het programma steeds vaker te worden gebruikt als platform voor zelfpromotie, vooral door kandidaten die influencers willen worden of hun eigen merk willen pushen.
Voor kijkers blijft het natuurlijk genieten van de ongemakkelijke momenten, onverwachte vonken en soms bizarre gesprekken die zich tijdens deze dates afspelen. Of de deelnemers nu écht op zoek zijn naar liefde of gewoon hun vijf minuten roem willen pakken, één ding is zeker: datingshows blijven mateloos populair.
En wie weet? Misschien is er af en toe toch nog een koppel dat wél oprechte liefde vindt te midden van alle marketingtrucs en mediagekte.
Actueel
Sonck neemt drastisch besluit: “Zie ik niet meer zitten”

Voormalig topvoetballer Wesley Sonck heeft weinig ambitie om nog terug te keren als voetbaltrainer. De oud-international van België, die tegenwoordig regelmatig als analist op televisie verschijnt, kijkt met gemengde gevoelens terug op het trainersvak. Volgens Sonck is de druk op coaches tegenwoordig zo groot dat hij geen toekomst meer voor zichzelf ziet langs de zijlijn.
In de podcast Peter & De Zandloper vertelt de voormalig spits openhartig waarom hij bewust voor een andere richting heeft gekozen. Hoewel hij jarenlang actief was als trainer, heeft hij inmiddels vrede met zijn rol als voetbalanalist. De onzekerheid die volgens hem bij het trainersvak hoort, speelt daarbij een belangrijke rol.
Trainers staan voortdurend onder druk
Volgens Sonck is het trainersvak de afgelopen jaren steeds minder aantrekkelijk geworden. Waar clubs vroeger vaker kozen voor een langetermijnvisie, ziet hij tegenwoordig vooral dat resultaten op de korte termijn bepalend zijn.
Hij omschrijft het trainersberoep als een ondankbare functie waarin de druk vrijwel continu aanwezig is.
Tijdens het gesprek vergelijkt hij het trainersvak met een radioprogramma waarvan de luistercijfers tegenvallen.
Volgens Sonck zou bijna niemand vrijwillig beginnen aan een baan waarbij je al na enkele maanden het risico loopt om ontslagen te worden wanneer de resultaten tegenvallen.
Juist dat gebrek aan stabiliteit maakt het vak volgens hem minder aantrekkelijk.
Lange termijn steeds zeldzamer
De voormalige Rode Duivel merkt op dat voetbalclubs steeds minder geduld hebben met hun trainers.
Wanneer resultaten uitblijven, wordt vaak al snel gekozen voor een nieuwe coach in de hoop dat die direct verbetering brengt.
Volgens Sonck is het daardoor lastig geworden om een ploeg stap voor stap op te bouwen of een duidelijke speelstijl over meerdere seizoenen te ontwikkelen.
Hij vindt dat veel trainers nauwelijks nog de tijd krijgen om hun plannen daadwerkelijk uit te voeren voordat er alweer aan hun positie wordt getwijfeld.
Belgische competitie als voorbeeld
Om zijn standpunt kracht bij te zetten verwijst Sonck naar de Belgische Jupiler Pro League.
Volgens hem was Besnik Hasi vorig seizoen de langstzittende trainer in de hoogste Belgische competitie.
Zelfs die periode duurde volgens Sonck minder dan een jaar.
Voor de oud-spits laat dat zien hoe snel clubs tegenwoordig van trainer wisselen.
Hij noemt het illustratief voor de realiteit waarin veel coaches moeten werken.
Grote verschillen met andere competities
Tegelijkertijd benadrukt Sonck dat het niet overal hetzelfde is.
Hij wijst op de situatie in Engeland, waar sommige clubs hun trainer jarenlang het vertrouwen geven.
Als voorbeeld noemt hij Mikel Arteta, die inmiddels al meerdere seizoenen aan het roer staat bij Arsenal.
Volgens Sonck laat dat zien dat continuïteit wel degelijk mogelijk is wanneer een club vasthoudt aan een langetermijnplan.
Hij spreekt zijn bewondering uit voor dergelijke situaties, omdat ze volgens hem steeds zeldzamer worden in het moderne voetbal.
Van spits naar analist
Na zijn actieve loopbaan bleef Sonck jarenlang betrokken bij het voetbal.
Naast verschillende trainersfuncties ontwikkelde hij zich ook tot voetbalanalist, een rol waarin hij regelmatig wedstrijden en actuele voetbalonderwerpen bespreekt.
Juist die functie bevalt hem tegenwoordig beter.
Als analist kan hij zijn ervaring als voormalig profvoetballer inzetten zonder dagelijks onder de enorme druk van het trainersvak te staan.
Dat betekent niet dat hij minder betrokken is bij het voetbal. Integendeel: Sonck volgt de ontwikkelingen nog altijd op de voet en deelt regelmatig zijn visie op tactiek, spelers en trainers.
Toenemende druk op coaches
De opmerkingen van Sonck sluiten aan bij een bredere discussie binnen het internationale voetbal.
In veel competities worden trainers steeds sneller afgerekend op resultaten.
Een reeks mindere wedstrijden kan voldoende zijn om een samenwerking vroegtijdig te beëindigen, zelfs wanneer een coach nog volop bezig is met de opbouw van een nieuw team.
Daardoor wordt het voor trainers steeds moeilijker om een eigen visie rustig te ontwikkelen.
Voor supporters levert een trainerswissel soms nieuwe hoop op, maar volgens veel kenners lost een nieuwe coach lang niet altijd de onderliggende problemen binnen een club op.
Continuïteit als succesfactor
Toch zijn er ook clubs die bewust kiezen voor stabiliteit.
Wanneer een trainer langere tijd de kans krijgt om zijn ideeën door te voeren, ontstaat vaak meer rust binnen de selectie en kan een herkenbare speelstijl worden ontwikkeld.
Sonck noemt dat een belangrijke voorwaarde voor duurzaam succes.
Hij ziet voorbeelden in binnen- en buitenland waarbij clubs juist dankzij vertrouwen in de technische staf sportieve vooruitgang boeken.
Volgens hem zou meer geduld uiteindelijk zowel trainers als clubs ten goede kunnen komen.
Geen terugkeer op de bank
Met zijn uitspraken lijkt Sonck de deur naar een nieuwe trainersfunctie voorlopig gesloten te houden.
Hoewel hij het voetbal nog altijd een warm hart toedraagt, voelt hij weinig behoefte om opnieuw onderdeel te worden van de onzekere wereld van het trainersvak.
Zijn huidige werkzaamheden als analist geven hem de mogelijkheid om dicht bij het voetbal te blijven, zonder de dagelijkse druk van wedstrijden, resultaten en mogelijke ontslagen.
Daarmee kiest de voormalig international bewust voor meer stabiliteit in zijn carrière. Zijn opmerkingen laten zien hoe kritisch hij kijkt naar de huidige ontwikkelingen binnen het trainersvak, waarin volgens hem steeds minder ruimte is voor een langetermijnvisie en steeds meer nadruk ligt op directe prestaties. Voor Sonck is dat een belangrijke reden om voorlopig niet meer terug te keren als hoofdtrainer langs de lijn.