Connect with us

Actueel

Ophef om nieuw plan Mona Keijzer: “Oekraïners moeten voortaan déze kosten betalen”

Published

on

Mona Keijzer presenteert strenger opvangbeleid: wat betekenen de nieuwe plannen voor Oekraïense vluchtelingen in Nederland?

Asielminister Mona Keijzer (BBB) heeft een uitgebreid maatregelenpakket aangekondigd dat mogelijk grote gevolgen heeft voor duizenden Oekraïners die sinds 2022 in Nederland verblijven. Haar boodschap is glashelder: wie werkt, moet gaan bijdragen aan woonkosten, zelf een zorgverzekering afsluiten en rekening houden met een nieuwe, tijdelijke verblijfsstatus die gericht is op terugkeer zodra dat veilig kan.

De aankondiging zet direct een fel debat in gang. Gemeenten, werkgevers, hulporganisaties en juristen reageren verdeeld. Sommigen noemen het een logische stap richting meer eerlijkheid en balans in de opvang; anderen vrezen dat een kwetsbare groep juist verder onder druk komt te staan.

In deze longread lees je wat Keijzer precies voorstelt, waarom het kabinet deze richting kiest en welke gevolgen dat kan hebben voor de Oekraïense gemeenschap én voor Nederland.


Waarom het kabinet kiest voor een koerswijziging

Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne vangt Nederland mensen op onder de Europese Tijdelijke Beschermingsrichtlijn. Deze noodregeling biedt een snelle opvang zonder asielprocedure en garandeert directe toegang tot zorg, onderwijs en werk.

De regeling heeft echter een uiterste looptijd: maart 2027. Gemeenten waarschuwen al langer dat de opvangcapaciteit onder enorme druk staat. Tussen reguliere asielzoekers, statushouders die wachten op woonruimte en Oekraïense ontheemden die blijven instromen, is de rek er volledig uit.

Volgens Keijzer moet Nederland zich nu al voorbereiden op de overgang naar een nieuwe situatie. Haar doel: duidelijkheid scheppen, zowel voor Oekraïners als voor gemeenten en werkgevers.


Drie grote veranderingen in Keijzers plannen

Het voorstel bestaat uit drie hoofdonderdelen die vanaf de overgangsfase in werking moeten treden.


1. Werkenden gaan bijdragen aan woonkosten

Oekraïners in gemeentelijke opvang betalen nu geen huur. In het nieuwe systeem gaan werkenden een inkomensafhankelijke bijdrage leveren aan hun woonlasten. Dat wordt door het kabinet gepresenteerd als eerlijk en in lijn met hoe Nederlanders hun woonkosten betalen.

  • Wie een stabiel inkomen heeft, draagt méér bij.

  • Wie weinig of niets verdient, kan rekenen op een vangnet.

  • Niemand mag zijn plek in de opvang verliezen door financiële problemen.

Gemeenten krijgen hiervoor extra administratieve taken, want zij moeten inkomsten toetsen en bijdragen vaststellen. Toch zien sommige gemeenten deze aanpassing als verlichting, omdat ze nu zelf veel kosten dragen.


2. Een reguliere zorgverzekering wordt verplicht

Op dit moment ontvangen Oekraïners medische zorg via een aparte, door de overheid bekostigde regeling. Deze constructie zou verdwijnen. Net als andere inwoners van Nederland worden werkenden straks verplicht om:

  • een zorgverzekering af te sluiten

  • maandelijks premie te betalen

  • eventueel zorgtoeslag aan te vragen als hun inkomen laag is

Voor mensen zonder werk of met een heel wisselend contract moet het kabinet nog uitwerken hoe de premie-inning wordt geregeld. Verzekeraars en gemeenten worden nauw bij dit proces betrokken.


3. Een nieuwe nationale, tijdelijke verblijfsstatus

Het meest ingrijpend is het voornemen om na 2027 een tijdelijke nationale status in te voeren. Deze vervangt de Europese regeling en maakt expliciet dat het verblijf in Nederland bedoeld is als tijdelijke bescherming, niet als permanente vestiging.

Belangrijke uitgangspunten:

  • bescherming zolang het nodig is

  • terugkeer zodra de situatie in Oekraïne veilig wordt

  • duidelijkheid over rechten, plichten en verblijfsduur

Deze nieuwe status moet juridische zekerheid geven en voorkomen dat mensen plots zonder rechten komen te zitten.


Waarom juist nú deze plannen?

Naast opvangdruk spelen twee structurele problemen een grote rol in het debat.


Woningnood

De woningmarkt is al jaren vastgelopen. Gemeenten proberen opvangplekken te creëren, maar lopen keer op keer tegen grenzen aan:

  • te weinig beschikbare locaties

  • hoge kosten voor noodopvang

  • druk op lokale voorzieningen

Door werkenden te laten bijdragen aan hun woonlasten ontstaat volgens het kabinet een eerlijker kostenstructuur.


Tekorten op de arbeidsmarkt

Een ander aspect dat meespeelt: veel werkgevers zijn inmiddels sterk afhankelijk van Oekraïense werknemers. Vooral in:

  • logistiek

  • zorg

  • horeca

  • productie

  • landbouw

Werkgevers vrezen dat strengere regels mensen kunnen ontmoedigen om te blijven, terwijl zij juist hard nodig zijn.


Wat vinden gemeenten en werkgevers van de plannen?

De reacties zijn gemengd.

Gemeenten

Gemeenten zien voordelen, zoals extra financiële ruimte, maar waarschuwen voor nieuwe administratieve druk. Ze benadrukken dat elk nieuw systeem werkbaar, eerlijk en uitvoerbaar moet zijn.

Werkgevers

Werkgevers signaleren risico’s:

  • Extra regels kunnen personeelskrapte vergroten.

  • Onzekerheid over verblijfsduur maakt het moeilijker om te investeren in scholing of contracten.

Tegelijkertijd biedt een tijdelijke status volgens sommigen juist duidelijkheid voor werknemers.


Politieke en maatschappelijke reacties

Zoals verwacht lopen de meningen uiteen:

Voorstanders

Zij vinden dat het tijd is om de regels gelijk te trekken: wie in Nederland werkt, draagt net als Nederlanders bij aan zorg en wonen. Daarnaast benadrukken ze dat opvang altijd tijdelijk bedoeld is.

Critici

Zij vrezen dat kwetsbare groepen tussen wal en schip belanden.

Vragen die zij stellen:

  • Wat als iemand ziek wordt en tijdelijk stopt met werken?

  • Wat als lonen sterk schommelen door seizoenswerk?

  • Wat als gezinnen de kosten niet kunnen dragen?

  • En hoe verhoudt een nationale status zich tot EU-regels?

NGO’s zijn vooral alert op de gevolgen voor kinderen, scholing, mentale gezondheid en continuïteit van zorg.


Onbeantwoorde vragen die nog grote impact kunnen hebben

Veel onderdelen moeten nog worden uitgewerkt. Cruciale openstaande vragen zijn:

  • Hoe hoog wordt de bijdrage aan woonkosten precies?

  • Komt er een overgangsregeling voor mensen die net werk hebben?

  • Hoe worden wisselende contracten verwerkt in de berekening?

  • Wordt zorgtoeslag toegankelijk voor Oekraïners?

  • Welke uitzonderingen komen er voor alleenstaande ouders en chronisch zieken?

Zonder heldere afspraken blijft de discussie voortduren.


De rol van Vandaag Inside en het rumoer rondom de plannen

De plannen kregen extra aandacht nadat Mona Keijzer te gast was bij Vandaag Inside. Wat begon als een beleidsmatig gesprek, liep door opmerkingen van Johan Derksen en René van der Gijp uit op een rumoerige discussie. Hoewel de inhoud soms naar de achtergrond verdween, leidde het optreden wel tot meer landelijke aandacht en debat over het meebetalen aan huur en zorg.


Wat gebeurt er nu?

De komende maanden werkt het kabinet samen met gemeenten, verzekeraars en werkgevers aan concrete regelgeving. Daarna volgen:

  1. Advies van de Raad van State

  2. Debat en stemming in de Tweede Kamer

  3. Behandeling in de Eerste Kamer

  4. Overleg met Brussel over Europese regels

Pas na deze stappen wordt duidelijk welke versoepelingen, uitzonderingen en veiligheidsmechanismen daadwerkelijk worden ingevoerd.


Samenvatting: Nederland maakt zich klaar voor de toekomst van de opvang

  • In 2027 loopt de Europese beschermingsregeling af.

  • Mona Keijzer wil dat werkende Oekraïners een bijdrage gaan leveren aan huur en zorgpremie.

  • Er komt mogelijk een nieuwe, tijdelijke nationale verblijfsstatus met terugkeer als uitgangspunt.

  • Gemeenten, werkgevers en hulporganisaties reageren verdeeld.

  • Veel details moeten nog worden ingevuld; vooral kwetsbare groepen verdienen extra bescherming.

De komende tijd zal duidelijk worden hoe streng of soepel het beleid uiteindelijk wordt — en hoe groot de impact is voor duizenden mensen die nu in Nederland wonen en werken.

Actueel

Enorme klap voor iedereen met een huurwoning

Published

on

Woningtekort blijft groeien: verkoopgolf van huurwoningen dreigt de crisis verder te verdiepen

Het woningtekort in Nederland blijft hardnekkig oplopen en is inmiddels uitgekomen op circa 410.000 woningen. Daarmee staat de druk op de woningmarkt op een historisch hoog niveau. Alsof dat nog niet genoeg is, wijst nieuw onderzoek erop dat er nog meer problemen op komst zijn. Zowel beleggers als woningcorporaties zijn namelijk van plan om de komende jaren nog meer huurwoningen te verkopen. De gevolgen daarvan kunnen ingrijpend zijn voor huurders, starters en gezinnen.

Het vooruitzicht: een verder krimpend huuraanbod, stijgende huren in de vrije sector en een generatie jongeren die noodgedwongen langer bij hun ouders blijft wonen.


Alarmerend rapport over de toekomst van huurwoningen

Uit een gezamenlijk rapport van Capital Value en ABF Research, opgesteld in opdracht van de overheid, blijkt dat de bereidheid om huurwoningen te verkopen groot is. Meer dan de helft van de ondervraagde partijen geeft aan dat zij hun huurbezit verder willen afbouwen.

Concreet zegt 56 procent van de woningcorporaties te verwachten dat zij in de komende jaren meer woningen zullen “uitponden”. Uitponden betekent dat huurwoningen bij mutatie — dus wanneer een huurder vertrekt — niet opnieuw worden verhuurd, maar te koop worden gezet.

Ook particuliere en institutionele beleggers volgen deze strategie steeds vaker.


Waarom corporaties en beleggers verkopen

Voor woningcorporaties is de verkoop van huurwoningen geen doel op zich, maar een middel. De opbrengsten worden ingezet voor nieuwbouwprojecten en voor het verduurzamen van bestaande woningen. In theorie zou dat op lange termijn moeten bijdragen aan meer en betere woningen.

In de praktijk wringt het echter. De verkoop gebeurt sneller dan de nieuwbouw kan worden gerealiseerd, waardoor het netto-aanbod aan huurwoningen verder afneemt.

Beleggers hebben weer andere motieven. Volgens Arjan Peerboom, directeur van Capital Value, speelt vooral de veranderde financiële context een rol. “Beleggers kiezen steeds vaker voor individuele verkoop vanwege hogere fiscale lasten en lagere rendementen bij het aanhouden van huurwoningen,” aldus Peerboom.


Een harde klap voor huurders en starters

De gevolgen van deze verkoopgolf zijn aanzienlijk. Minder huurwoningen betekent meer concurrentie op een markt die al extreem krap is. Vooral in de vrije huursector, waar de huren minder gereguleerd zijn, zal dat leiden tot forse prijsstijgingen.

Voor jongeren en starters wordt het daardoor steeds moeilijker om een zelfstandige woning te vinden. Veel twintigers en dertigers blijven noodgedwongen langer thuis wonen of delen een woning, simpelweg omdat er geen betaalbare alternatieven zijn.

Ook gezinnen die willen doorstromen, lopen vast. Wie een betaalbare huurwoning verlaat, heeft geen garantie dat er iets passends voor terugkomt.


Cijfers laten trend duidelijk zien

De trend is al zichtbaar in de cijfers. In 2024 werden 26.180 huurwoningen verkocht. Dat aantal ligt fors hoger dan in eerdere jaren en vormt een duidelijke aanwijzing dat het uitponden structureel is geworden.

Als deze ontwikkeling doorzet — en daar wijzen de huidige plannen op — zal het tekort aan huurwoningen verder oplopen. Dat werkt als een vicieuze cirkel: minder aanbod leidt tot hogere prijzen, waardoor nog meer mensen buiten de boot vallen.

 

 


Nieuwbouw kan tempo niet bijhouden

Tegenover de verkoop van huurwoningen staat de bouw van nieuwe woningen. In 2025 werden 69.200 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Voor dit jaar wordt een stijging verwacht naar ongeveer 88.000 woningen. Dat lijkt positief, maar het is onvoldoende om het bestaande tekort snel terug te dringen.

Bovendien is er een zorgwekkende ontwikkeling zichtbaar aan de voorkant van de bouwketen. Het aantal bouwvergunningen bevindt zich momenteel in een “stevige dip”, zo meldt De Telegraaf. Minder vergunningen vandaag betekent minder opleveringen over enkele jaren.


Buitenlandse investeerders haken af

Een belangrijke factor in de teruglopende bouwactiviteit is het afhaken van buitenlandse beleggers. Hun aandeel in de financiering van Nederlandse woningbouwprojecten is gedaald naar slechts 7 procent, het laagste niveau ooit gemeten.

Internationale investeerders noemen meerdere obstakels:

  • De hoge overdrachtsbelasting in Nederland

  • Strenge huurwetgeving, vooral in de gereguleerde sector

  • Veranderde fiscale regels, waardoor rendementen onder druk staan

Als gevolg daarvan bouwen buitenlandse partijen hun vastgoedportefeuilles in Nederland af.


Afnemend buitenlands bezit

De cijfers onderstrepen die trend. Begin vorig jaar bezaten buitenlandse beleggers nog ongeveer 80.000 huurwoningen in Nederland. Inmiddels is dat aantal gedaald naar 72.500. Die woningen verdwijnen niet van de markt, maar worden verkocht — vaak aan particulieren die ze zelf gaan bewonen.

Hoewel dat voor individuele kopers gunstig kan zijn, betekent het op macroniveau opnieuw een krimp van het huuraanbod.


Politieke en maatschappelijke onrust

De ontwikkelingen zorgen voor groeiende maatschappelijke en politieke onrust. Op sociale media en in het publieke debat klinkt steeds vaker de vraag hoe het mogelijk is dat het woningtekort blijft oplopen, terwijl de behoefte aan betaalbare woonruimte zo groot is.

Sommige opiniemakers wijzen erop dat vooral Nederlandse starters en jonge gezinnen de gevolgen voelen. Zij stellen hun toekomstplannen uit, wonen langer bij hun ouders en ervaren steeds meer onzekerheid over wonen en samenleven.


Structureel probleem vraagt structurele oplossingen

Experts zijn het erover eens dat het woningtekort niet met één maatregel kan worden opgelost. Het gaat om een structureel probleem, waarin bouwtempo, regelgeving, financiering en demografie samenkomen.

Zonder versnelling van de bouw, stabiel beleid voor investeerders en bescherming van het huuraanbod dreigt de situatie verder te verslechteren. De verkoop van huurwoningen kan op korte termijn geld opleveren, maar vergroot het probleem zolang de nieuwbouw achterblijft.


Wat betekent dit voor de komende jaren?

Als de huidige trends zich doorzetten, moeten huurders zich voorbereiden op:

  • Minder keuze op de huurmarkt

  • Langere wachttijden voor betaalbare woningen

  • Stijgende huren, vooral in de vrije sector

  • Meer jongeren die langer thuis blijven wonen

Zonder ingrijpen kan het woningtekort de komende jaren nog verder oplopen, ondanks alle ambities en plannen.


Conclusie: druk op woningmarkt neemt verder toe

Het oplopende woningtekort, gecombineerd met de geplande verkoop van huurwoningen door corporaties en beleggers, vormt een zorgwekkende cocktail. Hoewel nieuwbouwprojecten in de planning staan, blijft het tempo onvoldoende om de uitstroom uit de huursector te compenseren.

Voor huurders, starters en gezinnen betekent dit aanhoudende onzekerheid. De cijfers laten zien dat het probleem niet vanzelf verdwijnt. Zonder duidelijke koers en langdurige oplossingen blijft de Nederlandse woningmarkt gevangen in een crisis die steeds meer mensen direct raakt.

Continue Reading