Actueel
Nieuw plan Rob Jetten roept enorme weerstand op in het hele land: ”Waar stopt dit”
Rob Jetten wil straatverlichting dimmen: waarom zijn voorstel zoveel losmaakt in Nederland
Het debat over energie, duurzaamheid en de toekomst van ons stroomnet bereikt steeds vaker de dagelijkse leefomgeving van Nederlanders. Waar de energietransitie lange tijd draaide om grote windparken, zonnepanelen en internationale klimaatdoelen, schuift die discussie nu steeds zichtbaarder richting maatregelen die bewoners direct raken. Een van de meest besproken voorstellen van dit moment komt van D66-leider Rob Jetten, die onlangs opperde om in heel Nederland de straatverlichting in de avonduren te dimmen of op rustige momenten zelfs (deels) uit te schakelen.

De gedachte daarachter is volgens Jetten eenvoudig: als Nederland slimmer met energie omgaat, kunnen we het overbelaste stroomnet ontlasten en tegelijkertijd het bewustzijn vergroten over ons eigen energieverbruik. Maar wat voor de één klinkt als een praktische stap in een groter duurzaamheidsplan, voelt voor de ander als een directe aantasting van veiligheid, leefbaarheid en comfort.
Het voorstel leidde binnen enkele uren tot een vloedgolf aan reacties. Zowel online als in lokale gemeenteraden werd fel gediscussieerd over de vraag: kan je zomaar het licht in de openbare ruimte terugschroeven?
In deze uitgebreide analyse zetten we de achtergronden, reacties, zorgen én mogelijke oplossingen op een rij.

Waarom straatverlichting volgens Jetten op tafel ligt
Rob Jetten, die zich tijdens zijn politieke loopbaan heeft ontpopt tot een van de meest zichtbare voorstanders van een duurzame toekomst, benadrukt dat Nederland op een belangrijk kruispunt staat. De vraag naar elektriciteit stijgt razendsnel, onder meer door de groei van elektrische auto’s, warmtepompen, datacenters en industrieën die overstappen op elektrisch produceren.
Het stroomnet raakt daardoor steeds voller. Op sommige plekken zijn er al wachtlijsten voor bedrijven, sportclubs en woningprojecten die willen aansluiten.
Volgens Jetten is het daarom noodzakelijk om te kijken waar op korte termijn ruimte gecreëerd kan worden:
-
zonder ingewikkelde procedures,
-
zonder miljardeninvesteringen,
-
en zonder ingrijpende verbouwingen.
Openbare verlichting vormt daarbij een interessant puzzelstuk. In Nederland staan ruim 3,5 miljoen lichtmasten, die samen verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van het energiegebruik van gemeenten.
Dat betekent volgens Jetten niet dat het licht overal en altijd uit moet. Hij pleit voor slimme verlichting: fel waar nodig, gedimd waar mogelijk.

“Het gaat niet om besparen om het besparen,” benadrukte hij. “Het gaat om bewust omgaan met energie op momenten dat het net overbelast is.”
Hij wijst erop dat veel gemeenten al experimenteren met sensoren, dimschema’s en energiezuinige LED-verlichting. In sommige dorpen gaat het licht automatisch feller branden zodra er iemand langsloopt; op andere plekken wordt verlichting ’s nachts al deels gedimd.
Toch vindt Jetten dat dit niet langer afhankelijk mag zijn van individuele gemeenten: er moet een landelijke strategie komen.

De zorgen van burgers: ‘Een donkere straat voelt niet veilig’
Waar Jetten vooral kijkt naar duurzaamheid en het efficiënt inzetten van energie, klinkt bij veel Nederlanders een heel andere zorg: veiligheid.
1. Onveiligheidsgevoel
Vooral vrouwen, ouderen en ouders van tieners spreken zich daar duidelijk over uit. Donkere straten worden al snel geassocieerd met onoverzichtelijke situaties, minder zicht en een groter gevoel van kwetsbaarheid.
Het gaat daarbij niet alleen om daadwerkelijke risico’s, maar vooral om het gevoel dat ontstaat wanneer een buurt minder verlicht is.
“Je voelt je gewoon minder prettig in het donker,” schrijft een gebruiker op X.
“Hoe leg ik mijn dochter van 15 uit dat ze voortaan door donkere straten naar huis moet fietsen?”
2. Verkeersveiligheid
Verkeersdeskundigen wijzen daarnaast op de gevaren van te weinig licht op:
-
rotondes
-
kruispunten
-
fietspaden
-
oversteken
-
landelijke wegen zonder vangrails
Nederland is een fietsland, en goede zichtbaarheid is een belangrijk onderdeel van verkeersveiligheid. Vooral in de herfst- en wintermaanden, wanneer veel scholieren vroeg vertrekken en laat thuiskomen, kan dimmen volgens experts tot verwarrende of gevaarlijke situaties leiden.
Een verkeersonderzoeker uit Utrecht verwoordde het zo:
“Het is een begrijpelijke maatregel vanuit energiebesparing, maar we moeten ontzettend voorzichtig zijn. Je wilt geen risico dat te voorkomen was.”
Is de energiewinst wel zo groot?
Een andere lijn van kritiek richt zich op de vraag of deze maatregel überhaupt veel oplevert. Straatverlichting zou volgens sceptici maar een klein deel zijn van het totale energieverbruik in Nederland.
Critici noemen het daarom symboolpolitiek: zichtbaar, maar niet substantieel.
Waarom, zo vragen zij, ligt de focus op:
-
gezinnen,
-
woonwijken,
-
dorpen en steden,
terwijl energie-intensieve sectoren zoals industrie, datacenters, agrarische bedrijven en luchtvaart minder vaak onderwerp zijn van dergelijke maatregelen?
De kritiek komt neer op één vraag:
Wordt de verantwoordelijkheid eerlijk verdeeld?
Jetten reageerde daarop door te zeggen dat de energietransitie een gezamenlijke inspanning is, waarbij zowel grote als kleine maatregelen bijdragen aan het geheel.
Experts vragen om nuance: niet overal hoeft het licht aan te blijven
Hoewel veel Nederlanders moeite hebben met het voorstel, klinkt er ook constructieve feedback.
Locatiegebonden verlichtingsplannen
Steeds meer experts pleiten voor een gebiedsgerichte aanpak. Niet elke straat hoeft dezelfde hoeveelheid licht. Mogelijke plekken waar dimmen wél verantwoord kan zijn:
-
lege parkeerplaatsen na 22.00 uur
-
industrieterreinen buiten werktijden
-
fietspaden met sensoren die licht aanzetten bij beweging
-
sportcomplexen die ’s nachts gesloten zijn
-
parken waar geen doorstroom is
Deze aanpak wordt in delen van Duitsland en Scandinavië al toegepast.
Slimme technologie als alternatief
Nederland loopt technisch voorop en beschikt over:
-
LED-lampen die 90% minder energie verbruiken dan oude lampen
-
sensoren die licht automatisch laten oplichten bij beweging
-
slimme lantaarnpalen die onderling communiceren
Volgens ingenieurs is het zelfs mogelijk om verlichting volledig te laten reageren op het aantal voorbijgangers, de verkeersdrukte en weersomstandigheden.
De vraag is dus niet óf er bespaard kan worden, maar hoe dat kan zonder dat mensen zich onveilig voelen.
Gemeenten zitten klem: zij moeten het uiteindelijk uitvoeren
Gemeentebesturen reageren verdeeld. Veel gemeenten willen wel bijdragen aan energiebesparing, maar benadrukken dat zij dagelijks verantwoordelijk zijn voor de leefbaarheid van wijken.
Een wethouder uit Noord-Brabant zei hierover:
“Wij zijn de eersten die gebeld worden wanneer een lantaarnpaal uit staat. Mensen voelen het meteen in hun eigen straat. Je kunt dat niet met één landelijke maatregel oplossen.”
Daarnaast zitten veel gemeenten vast aan:
-
bestaande verlichtingscontracten
-
onderhoudsplannen
-
oude infrastructuur die niet zomaar aangepast kan worden
Een landelijke verplichting zou daarom niet alleen gevoelig liggen, maar ook technisch lastig uitvoerbaar zijn.

De grotere discussie: wie draagt de last van de energietransitie?
Onder de oppervlakte speelt een bredere vraag:
Wie draagt het meest de gevolgen van duurzaamheidsmaatregelen?
Burgers zien steeds:
-
hogere energierekeningen
-
strengere regels in huis
-
discussies over zonnepanelen en warmtepompen
-
nu ook mogelijke aanpassingen in de openbare ruimte
Daarbij ontstaat het gevoel dat huishoudens veel moeten inleveren, terwijl grote bedrijven minder zichtbare offers brengen.
Jetten benadrukt dat dit beeld niet klopt en dat het bedrijfsleven juist zware transitie-eisen krijgt opgelegd. Toch blijft het gevoel bestaan dat de balans niet altijd eerlijk voelt—een gevoel dat eerder al opdook in debatten over stikstof, klimaatplannen en woningbouw.

De politieke dimensie: waarom het voorstel gevoelig ligt
In de politiek wordt het voorstel nauwlettend in de gaten gehouden, omdat het raakt aan gevoelige thema’s zoals:
-
veiligheid
-
leefbaarheid
-
energiearmoede
-
vertrouwen in de overheid
Voor oppositiepartijen vormt het voorstel een kans om vragen te stellen over de koers van het klimaatbeleid. Coalitiepartners worstelen juist met de balans tussen ambitie en uitvoerbaarheid.
Er wordt gevreesd dat een maatregel die als “klein en praktisch” wordt gepresenteerd, in de praktijk kan uitgroeien tot een bron van grote maatschappelijke weerstand.

Waar liggen de kansen voor een gezamenlijk plan?
Als er één ding duidelijk is, dan is het dat niemand in Nederland zit te wachten op onveilige situaties. Maar veel Nederlanders zien wél dat energiebesparing gewenst is.
De oplossing lijkt daarom te liggen in een combinatie van:
-
slimme technologie
-
gebiedsgericht maatwerk
-
goede communicatie
-
burgerparticipatie
-
transparante data over effecten en energiewinsten
Een landelijke strategie kan werken — maar alleen als deze rekening houdt met de diversiteit van Nederlandse straten, wijken en inwoners.

Een gesprek dat nog lang niet voorbij is
Het voorstel van Rob Jetten heeft losgemaakt wat veel Nederlanders al langer voelen: de energietransitie schuift steeds dichter naar het persoonlijke domein. Waar het eerst ging over windmolens, CO₂-doelen en internationale afspraken, gaat het nu over de straat waarin je woont en de route die je ’s avonds fietst.
De behoefte aan duidelijkheid, nuance en veiligheid is groter dan ooit.
De komende maanden zullen bepalend zijn voor hoe dit voorstel verder wordt opgepakt. Gemeenten, experts, bewoners en politici zullen hun stemmen laten horen. Want hoe noodzakelijk energiebesparing ook is, de manier waarop dat gebeurt moet passen bij het dagelijks leven van miljoenen Nederlanders.
Wat vind jij?
Moet Nederland slimmer omgaan met verlichting, of is dit een grens die niet overschreden mag worden?
Praat mee op onze Facebookpagina en deel je mening.
Actueel
The Voice-kijker herkent Myrthe ineens en dat blijkt een hele bekende
Myrthe Hendrix maakt indruk bij The Voice of Holland: drie stoelen draaien, maar ze is geen onbekende op tv
In de nieuwste aflevering van The Voice of Holland was er één optreden dat kijkers duidelijk bijbleef. Myrthe Hendrix, een jonge zangeres uit Breda, wist met haar auditie drie coaches te overtuigen en zorgde voor een moment dat nog lang werd besproken. Haar stem, haar rust en haar uitstraling maakten indruk. Toch bleek al snel dat dit niet haar eerste kennismaking met nationale televisie was.

Hoewel Myrthe zich presenteert als een beginnende artiest die haar weg zoekt in de muziekwereld, heeft ze al eerder op een groot podium gestaan. Dat maakt haar verhaal extra interessant.
Een auditie die meteen opviel
Tijdens de blind auditions stapte Myrthe zelfverzekerd het podium op. Zonder grote aankondiging of theatrale introductie begon ze aan haar nummer: Homesick van Dua Lipa. Het is een lied dat vraagt om controle, gevoel en timing — elementen die Myrthe moeiteloos leek te beheersen.
Al na een paar zinnen was duidelijk dat haar stem iets losmaakte bij de coaches. Willie Wartaal draaide als een van de eersten zijn stoel om, gevolgd door Dinand Woesthoff. Beiden waren zichtbaar geraakt door haar manier van zingen.

Verdeelde reacties aan de jurytafel
Niet alle coaches waren meteen overtuigd. Suzan & Freek bleven aanvankelijk zitten. Suzan gaf aan dat ze Myrthes stem “niet per se bijzonder”, maar wel mooi vond. Het duo twijfelde zichtbaar, iets wat kijkers inmiddels herkennen als onderdeel van hun gezamenlijke besluitvorming.
Freek merkte op dat hij Myrthe technisch juist erg sterk vond. Hij benoemde haar ademhaling, controle en zuiverheid als pluspunten. Toch bleef het duo uiteindelijk zitten — een keuze waar later spijt over zou volgen.

Ook Ilse DeLange draait om
Na de eerste twee stoelen volgde nog een belangrijke wending: Ilse DeLange draaide haar stoel alsnog om. Daarmee kreeg Myrthe de kans om te kiezen tussen drie coaches, een luxe die lang niet elke kandidaat krijgt.
De spanning was voelbaar, zowel in de studio als bij kijkers thuis. Wie zou haar het beste kunnen begeleiden in haar muzikale ontwikkeling?
Spijt bij Suzan & Freek
Na afloop van het optreden kwamen Suzan & Freek terug op hun beslissing. Suzan was opvallend eerlijk: “Toen je klaar was, dacht ik eigenlijk: waarom hebben we niet gedrukt?” Ze benadrukte dat het optreden sterk was en dat de twijfel dit keer meer bij henzelf lag dan bij Myrthe.
“Je hebt supergoed gezongen,” zei Suzan. “Ik denk dat het deze keer niet aan jou lag, maar aan ons.” Het was een zeldzaam moment van zelfreflectie aan de jurytafel, dat door veel kijkers werd gewaardeerd.

Dinand Woesthoff zichtbaar onder de indruk
Dinand Woesthoff was daarentegen vanaf het begin overtuigd. Hij omschreef Myrthes stem als een stem die “verhaalt”. “Sommige stemmen doen iets met je,” zei hij. “Ik werd er heel rustig van. Ik dacht: wauw, wat speciaal.”
Volgens Dinand is dat precies waar hij naar zoekt in het programma: niet alleen technische perfectie, maar een stem die emotie overbrengt zonder te forceren. “Jij hebt dat gewoon,” voegde hij eraan toe.
Op zoek naar de juiste coach
Myrthe liet weten dat ze niet alleen een coach zocht die haar zangtechnisch kon begeleiden, maar ook iemand die haar kon helpen bij haar eigen muziek. Ze schrijft namelijk zelf liedjes en zoekt iemand die haar daarin richting en feedback kan geven.
Na het horen van alle coaches maakte ze haar keuze: ze sloot zich aan bij Ilse DeLange. Voor Myrthe voelde Ilse als de juiste persoon om haar te helpen groeien, zowel artistiek als inhoudelijk.
Een jonge artiest met ambities
Myrthe is net afgestudeerd en staat aan het begin van haar carrière. Ze is momenteel op zoek naar werk, maar haar grote droom ligt duidelijk in de muziek. Ze speelt al in een coverband en treedt regelmatig op tijdens feesten en partijen.
Volgens Myrthe is deelname aan The Voice of Holland voor haar vooral een leerproces. “Ik vind het superleuk om hier te zijn,” liet ze weten. “Ik hoop dat dit me helpt om mezelf als artiest verder te ontwikkelen.”
Geen onbekende op televisie
Wat veel kijkers verraste, was het feit dat Myrthe al eerder op televisie te zien was. Wie goed terugkijkt, herkent haar misschien uit Junior Songfestival.
In 2015 deed Myrthe daar aan mee met het nummer Kinderen Van De Zon, een lied dat ze zelf schreef. Dat ze toen al haar eigen muziek presenteerde, laat zien dat haar ambitie niet nieuw is.
Finaleplek bij Junior Songfestival
Tijdens haar deelname aan het Junior Songfestival wist Myrthe de finale te bereiken. Hoewel ze het programma uiteindelijk niet won, deed ze waardevolle ervaring op. Optreden voor een groot publiek, omgaan met spanning en feedback krijgen — het zijn lessen die haar nu opnieuw van pas komen.
Die eerdere ervaring verklaart misschien ook haar rust en zelfverzekerdheid op het podium van The Voice. Ze weet hoe het voelt om in de spotlights te staan en lijkt zich daar comfortabel bij te voelen.
Een lange adem in de muziekwereld
Het verhaal van Myrthe laat zien dat een muzikale carrière vaak geen rechte lijn is. Van het Junior Songfestival als tiener, via coverbands en lokale optredens, naar een nieuw podium bij The Voice of Holland. Het zijn stappen die getuigen van doorzettingsvermogen.
Ze lijkt niet op zoek naar snelle roem, maar naar duurzame groei. Dat maakt haar voor veel kijkers een herkenbare en sympathieke kandidaat.
Wat kunnen we nog verwachten?
Met Ilse DeLange als coach ligt er een interessant traject voor Myrthe in het verschiet. Ilse staat bekend om haar oog voor detail, haar ervaring met songwriting en haar vermogen om artiesten hun eigen identiteit te laten behouden.
Of Myrthe ver zal komen in het programma, valt nog te bezien. Maar haar auditie heeft in elk geval laten zien dat ze iets te vertellen heeft — en dat ze klaar is voor een volgende stap.
Conclusie: meer dan een sterke auditie
Myrthe Hendrix maakte niet alleen indruk met haar auditie, maar ook met haar verhaal. Ze combineert ervaring met ambitie, techniek met gevoel en rust met overtuiging. Dat maakt haar tot een van de kandidaten om in de gaten te houden dit seizoen.
Of ze nu wint of niet: haar optreden bij The Voice of Holland voelt als een nieuw hoofdstuk in een muzikale reis die al veel eerder begon — en die voorlopig nog niet ten einde lijkt.