Connect with us

Actueel

Huub Stapel haalt keihard uit: ´Na één dag sla ik iemand op zijn bakkes!´

Published

on

De 70-jarige acteur Huub Stapel heeft meerdere uitnodigingen ontvangen om de politiek in te gaan, maar volgens hemzelf is dat geen goed idee. In een interview met De Telegraaf geeft hij aan dat een carrière in de politiek niet bij hem past, vooral vanwege zijn temperament. “Binnen één dag sla ik iemand op z’n bakkes! Dat lijkt me voor niemand een goed idee,” grapt hij. Stapel benadrukt dat hij liever mooie dingen blijft maken waarmee hij mensen kan bereiken, zoals films en theaterproducties.

Vervolg op Amsterdamned

Een van de projecten waar Huub momenteel aan werkt, is het vervolg op de cultklassieker Amsterdamned uit 1988. Hij kruipt opnieuw in de huid van rechercheur Eric Visser, die in de tweede film met pensioen is. Dit keer werkt hij samen met een nieuwe generatie, waaronder Holly Mae Brood, die een prominente rol speelt als rechercheur. Het vervolg op de thriller belooft een spannende mix van nostalgie en vernieuwing, met Huub in een hoofdrol én een nieuwe uitdaging achter de schermen.

Huub als producent

Naast zijn acteerwerk debuteert Huub Stapel in Amsterdamned II als filmproducent. “Ik wilde eens een keer meebeslissen op de belangrijke momenten,” vertelt hij over deze stap in zijn carrière. Voorheen was hij vooral als ingehuurde kracht betrokken bij films, maar nu heeft hij de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op het creatieve proces. “Ik probeer altijd aardig te doen tegen iedereen en bedank mensen als ze iets goed hebben gedaan,” zegt Huub over zijn aanpak als producent.

Levensfilosofie

Met een positieve instelling en een open blik probeert Huub Stapel zijn werkomgeving prettig te houden. “Het maakt niet uit of je met een acteur, stuntman of set-assistent praat. ‘Always be nice to the people on the way up, you might meet them on the way down’. Veel moeilijker dan dat is het leven niet,” aldus Stapel. Deze filosofie lijkt hem te helpen bij zowel zijn werk als acteur als in zijn nieuwe rol achter de schermen.

Geen politieke ambities

Hoewel hij vaak wordt gevraagd om een politiek avontuur aan te gaan, is dat volgens Huub niets voor hem. Hij benadrukt dat het belangrijk is te weten waar je kracht ligt en dat dit voor hem niet in de politiek is. In plaats daarvan richt hij zich liever op projecten die hem voldoening geven, zoals het maken van films. “Ik blijf mooie dingen maken en hoop dat ik mensen daarmee bereik,” besluit hij.

Nieuwe samenwerking met Holly Mae Brood

De samenwerking met Holly Mae Brood in Amsterdamned II wordt door Huub gezien als een frisse toevoeging aan de film. Met haar energieke en professionele aanpak brengt ze volgens hem een nieuwe dynamiek in het verhaal. Dit is niet alleen een kans om een jongere generatie aan te spreken, maar ook om het publiek opnieuw te verrassen met een vernieuwd perspectief op een iconische thriller.

Toekomstperspectief

Huub Stapel blijft zich inzetten voor creatieve projecten en uitdagingen, zowel voor als achter de camera. Met zijn ervaring en filosofie om iedereen met respect te behandelen, blijft hij een gewaardeerd persoon in de Nederlandse filmindustrie. Zijn debuut als producent lijkt een succes te worden, en met Amsterdamned II hoopt hij zowel oude als nieuwe fans aan te spreken.

Actueel

Slecht nieuws voor Rob Jetten en zijn coalitiegenoten

Published

on

Het kabinet van premier Rob Jetten krijgt een flinke tik in een nieuwe peiling van Ipsos I&O. Nog slechts 18 procent van de ondervraagden zegt tevreden te zijn over het beleid van het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD. Zeven op de tien zijn juist ontevreden. Daarmee bereikt de tevredenheid volgens het onderzoek het laagste niveau sinds het aantreden van het kabinet. Ook onder de eigen achterban van de coalitiepartijen neemt de kritiek toe.

Rob Jetten trad op 23 februari aan als premier en staat daarmee nog geen zeven maanden aan het roer.

Toch lijkt de aanvankelijke hoop bij een aanzienlijk deel van de kiezers inmiddels te zijn verdwenen.

De nieuwste cijfers van Ipsos I&O laten een duidelijke verslechtering zien ten opzichte van de vorige meting.

Nog maar 18 procent tevreden

Volgens de peiling is momenteel slechts 18 procent van de ondervraagden tevreden over het kabinet-Jetten.

Daar staat tegenover dat ongeveer zeven op de tien kiezers aangeven ontevreden te zijn.

Beide cijfers zijn volgens Ipsos I&O opvallend.

De tevredenheid is sinds het aantreden van het kabinet niet eerder zo laag geweest, terwijl het aandeel ontevreden kiezers juist een nieuw hoogtepunt bereikt.

Ook de ontwikkeling ten opzichte van enkele maanden geleden is fors.

Flinke daling sinds juli

Bij de vorige peiling, die in juli werd gehouden, gaf nog 26 procent van de ondervraagden aan tevreden te zijn met het kabinet.

Dat percentage is inmiddels teruggelopen naar 18 procent.

Dat betekent een daling van 8 procentpunt in relatief korte tijd.

Opinieonderzoeker Peter Kanne van Ipsos I&O sprak bij Café Kockelmann over het geringe vertrouwen onder kiezers.

Volgens hem leefde na de vorming van het kabinet bij een deel van Nederland aanvankelijk de gedachte dat er na een politiek ingewikkelde periode eindelijk weer beleid gemaakt zou worden.

De nieuwste cijfers wijzen erop dat die verwachting bij veel kiezers vooralsnog niet is uitgekomen.

 

 

Ook eigen kiezers worden kritischer

Voor D66, CDA en VVD is vooral een ander onderdeel van de peiling ongemakkelijk.

De ontevredenheid beperkt zich namelijk niet tot oppositiekiezers.

Ook mensen die bij de verkiezingen op een van de drie coalitiepartijen stemden, blijken lang niet allemaal tevreden over de huidige koers.

Binnen de D66-achterban is volgens het onderzoek nog iets meer dan de helft tevreden.

Bij het CDA ligt dat percentage op 43 procent.

De VVD scoort onder haar eigen kiezers nog lager: daar is volgens de peiling slechts 32 procent tevreden.

Dat betekent dat geen van de drie coalitiepartijen op overweldigende steun voor het kabinetsbeleid vanuit de eigen achterban kan rekenen.

Begrotingsonderhandelingen spelen belangrijke rol

Volgens de onderzoekers hangt de verslechterde beoordeling onder meer samen met de politieke strijd rond de begroting.

D66, CDA en VVD hebben binnen de coalitie overeenstemming bereikt over hun plannen, maar daarmee is de begroting politiek nog niet automatisch verzekerd.

Het kabinet heeft namelijk een minderheidspositie.

De coalitie beschikt niet zelfstandig over voldoende zetels om haar plannen zonder hulp van andere partijen door zowel de Tweede als Eerste Kamer te krijgen.

Daardoor moet het kabinet op zoek naar steun bij de oppositie.

Dat maakt iedere belangrijke politieke afspraak ingewikkelder.

Oppositie krijgt belangrijke positie

Voor het kabinet betekent de minderheidspositie dat er voortdurend onderhandeld moet worden met partijen buiten de coalitie.

Die oppositiepartijen kunnen in ruil voor hun steun aanpassingen of concessies verlangen.

Of het kabinet voldoende steun voor alle begrotingsplannen weet te verzamelen, zal daarom afhangen van de onderhandelingen die worden gevoerd.

Juist die onzekerheid lijkt bij kiezers niet goed te vallen.

Volgens Ipsos I&O hebben veel Nederlanders weinig vertrouwen in het vermogen van het kabinet om grote problemen daadwerkelijk op te lossen.

Slechts 9 procent heeft veel vertrouwen in oplossingen

Een van de opvallendste cijfers uit het onderzoek heeft betrekking op de slagkracht van het kabinet.

Volgens Ipsos I&O heeft slechts 9 procent van de ondervraagden vertrouwen dat het kabinet problemen kan oplossen.

Ook kijken kiezers kritisch naar de rol van de afzonderlijke coalitiepartijen.

Daarbij krijgt met name de VVD volgens de onderzoekers relatief veel verantwoordelijkheid toegeschreven voor de huidige politieke situatie.

Voor de partij is dat extra pijnlijk omdat ook onder de eigen achterban de tevredenheid met het kabinet laag ligt.

PRO volgens peiling grootste partij

De verslechterde beoordeling van het kabinet is ook terug te zien in de virtuele zetelverdeling van Ipsos I&O.

Als er op dit moment Tweede Kamerverkiezingen zouden worden gehouden, zou PRO onder leiding van Jesse Klaver volgens deze peiling de grootste partij worden met 26 zetels.

D66 zou uitkomen op 20 zetels.

De PVV volgt volgens de meting met 17 zetels.

Aan de rechterkant van het politieke spectrum vallen daarnaast de stijgende cijfers van JA21 en Forum voor Democratie op.

Het gaat hierbij nadrukkelijk om een momentopname. Een zetelpeiling voorspelt niet met zekerheid hoe Nederlanders bij daadwerkelijke verkiezingen zouden stemmen.

Peiling onder ongeveer 2.100 mensen

Aan het onderzoek van Ipsos I&O deden ongeveer 2.100 mensen mee.

Dat is vanzelfsprekend maar een klein deel van alle kiesgerechtigde Nederlanders, maar dat maakt een opinieonderzoek op zichzelf niet onbetrouwbaar.

Bij representatief steekproefonderzoek is vooral van belang hoe deelnemers zijn geselecteerd, hoe representatief de steekproef is voor de bevolking en welke statistische onzekerheidsmarges gelden. Een goed samengestelde steekproef van enkele duizenden respondenten kan daarom wel degelijk inzicht geven in verschuivingen onder de Nederlandse bevolking.

Tegelijkertijd moeten percentages en virtuele zetelaantallen niet als exacte verkiezingsuitslagen worden gelezen. Kleine verschillen kunnen binnen de onzekerheidsmarge vallen en politieke voorkeuren kunnen snel veranderen.

Stevige waarschuwing voor Jetten en coalitie

Voor premier Rob Jetten en zijn coalitiepartners zijn de nieuwste cijfers hoe dan ook geen prettig signaal.

Nog geen zeven maanden na zijn aantreden is volgens Ipsos I&O nog maar 18 procent tevreden over het kabinetsbeleid, tegenover 26 procent in juli.

Daar komt bij dat ook binnen de achterban van D66, CDA en vooral VVD aanzienlijke onvrede bestaat.

De komende periode wordt daarmee belangrijk voor het kabinet-Jetten. De coalitie moet niet alleen voldoende oppositiesteun vinden om haar plannen door het parlement te krijgen, maar staat volgens deze peiling ook voor een minstens zo lastige opdracht: het vertrouwen van een groot deel van de kiezers terugwinnen.

Continue Reading