Connect with us

Actueel

Dit is het absurde bedrag dat Patty Brard verdient met Ranking the Stars

Published

on

Het populaire programma Ranking the Stars is bekend geworden om de pittige confrontaties en de scherpe opmerkingen die BN’ers naar elkaars hoofd slingeren. Maar wat velen zich afvragen is: waarom doen deze bekende Nederlanders dit eigenlijk? Is het puur voor het geld, of speelt er meer? Volgens verschillende media-kenners, waaronder Tina Nijkamp, blijkt dat Ranking the Stars zowel financiële voordelen als aanzienlijke risico’s voor het imago met zich meebrengt.

Rob Goossens: Imagoverlies door Ranking the Stars

In de huidige serie van Ranking the Stars heeft Rob Goossens het niet makkelijk. Hoewel zijn rol als deskundige in RTL Boulevard eerder zijn bekendheid heeft vergroot, lijkt zijn deelname aan Ranking the Stars niet goed voor zijn imago. De manier waarop hij wordt afgebeeld in het programma heeft hem geen goed gedaan, en het lijkt erop dat zijn reputatie verder beschadigd wordt. Dit roept de vraag op waarom BN’ers zich toch aan dit soort programma’s onderwerpen, gezien de risico’s voor hun publieke beeld.

De Financiële Kant: Wat Verdienen BN’ers Aan Ranking the Stars?

Volgens Tina Nijkamp, die jarenlang aan het roer stond bij SBS 6, is het antwoord deels te vinden in de financiële beloning die deze BN’ers ontvangen voor hun deelname. In de podcast Tina’s TV Update legt ze uit dat de bedragen variëren afhankelijk van de status van de deelnemer.

Grote sterren zoals Gordon en Patty Brard kunnen tot wel 15.000 euro per aflevering verdienen. “Bij grote sterren, grote namen, moet je denken aan 10 tot 15 duizend euro per aflevering,” vertelt Nijkamp. Voor minder bekende of beginnende sterren ligt dat bedrag aanzienlijk lager, tussen de 2.000 en 3.000 euro per aflevering.

De Imagoschade van de Campagne

Een ander aspect van Ranking the Stars dat veel kritiek heeft opgeleverd, is de campagne “Start Loving, Stop Hating, Be Sweet” van RTL. Deze campagne, die gericht was op positieve televisie, lijkt in schril contrast te staan met de vaak negatieve sfeer van het programma. Critici, zoals Rob Goossens, beweren dat het programma zijn reputatie schaadt en afbreuk doet aan de positieve boodschap die RTL zich in het verleden had aangemeten. De kritiek op de show lijkt dus steeds sterker te worden, en de vraag blijft waarom sterren toch kiezen voor dit programma.

Conclusie: Het Prijskaartje van Ranking the Stars

Hoewel Ranking the Stars een flinke som geld oplevert voor de deelnemers, lijkt de balans tussen financiële beloning en imagoschade een moeilijke afweging voor veel BN’ers. Terwijl grote sterren zich waarschijnlijk geen zorgen hoeven te maken over de financiële impact van deelname, blijft de vraag of het programma op lange termijn nog steeds de moeite waard is voor hun imago. In de toekomst zullen we waarschijnlijk meer BN’ers zien afwegen of de prijs die ze voor deze media-aandacht betalen het echt waard is.

Actueel

Slecht nieuws voor Rob Jetten en zijn coalitiegenoten

Published

on

Het kabinet van premier Rob Jetten krijgt een flinke tik in een nieuwe peiling van Ipsos I&O. Nog slechts 18 procent van de ondervraagden zegt tevreden te zijn over het beleid van het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD. Zeven op de tien zijn juist ontevreden. Daarmee bereikt de tevredenheid volgens het onderzoek het laagste niveau sinds het aantreden van het kabinet. Ook onder de eigen achterban van de coalitiepartijen neemt de kritiek toe.

Rob Jetten trad op 23 februari aan als premier en staat daarmee nog geen zeven maanden aan het roer.

Toch lijkt de aanvankelijke hoop bij een aanzienlijk deel van de kiezers inmiddels te zijn verdwenen.

De nieuwste cijfers van Ipsos I&O laten een duidelijke verslechtering zien ten opzichte van de vorige meting.

Nog maar 18 procent tevreden

Volgens de peiling is momenteel slechts 18 procent van de ondervraagden tevreden over het kabinet-Jetten.

Daar staat tegenover dat ongeveer zeven op de tien kiezers aangeven ontevreden te zijn.

Beide cijfers zijn volgens Ipsos I&O opvallend.

De tevredenheid is sinds het aantreden van het kabinet niet eerder zo laag geweest, terwijl het aandeel ontevreden kiezers juist een nieuw hoogtepunt bereikt.

Ook de ontwikkeling ten opzichte van enkele maanden geleden is fors.

Flinke daling sinds juli

Bij de vorige peiling, die in juli werd gehouden, gaf nog 26 procent van de ondervraagden aan tevreden te zijn met het kabinet.

Dat percentage is inmiddels teruggelopen naar 18 procent.

Dat betekent een daling van 8 procentpunt in relatief korte tijd.

Opinieonderzoeker Peter Kanne van Ipsos I&O sprak bij Café Kockelmann over het geringe vertrouwen onder kiezers.

Volgens hem leefde na de vorming van het kabinet bij een deel van Nederland aanvankelijk de gedachte dat er na een politiek ingewikkelde periode eindelijk weer beleid gemaakt zou worden.

De nieuwste cijfers wijzen erop dat die verwachting bij veel kiezers vooralsnog niet is uitgekomen.

 

 

Ook eigen kiezers worden kritischer

Voor D66, CDA en VVD is vooral een ander onderdeel van de peiling ongemakkelijk.

De ontevredenheid beperkt zich namelijk niet tot oppositiekiezers.

Ook mensen die bij de verkiezingen op een van de drie coalitiepartijen stemden, blijken lang niet allemaal tevreden over de huidige koers.

Binnen de D66-achterban is volgens het onderzoek nog iets meer dan de helft tevreden.

Bij het CDA ligt dat percentage op 43 procent.

De VVD scoort onder haar eigen kiezers nog lager: daar is volgens de peiling slechts 32 procent tevreden.

Dat betekent dat geen van de drie coalitiepartijen op overweldigende steun voor het kabinetsbeleid vanuit de eigen achterban kan rekenen.

Begrotingsonderhandelingen spelen belangrijke rol

Volgens de onderzoekers hangt de verslechterde beoordeling onder meer samen met de politieke strijd rond de begroting.

D66, CDA en VVD hebben binnen de coalitie overeenstemming bereikt over hun plannen, maar daarmee is de begroting politiek nog niet automatisch verzekerd.

Het kabinet heeft namelijk een minderheidspositie.

De coalitie beschikt niet zelfstandig over voldoende zetels om haar plannen zonder hulp van andere partijen door zowel de Tweede als Eerste Kamer te krijgen.

Daardoor moet het kabinet op zoek naar steun bij de oppositie.

Dat maakt iedere belangrijke politieke afspraak ingewikkelder.

Oppositie krijgt belangrijke positie

Voor het kabinet betekent de minderheidspositie dat er voortdurend onderhandeld moet worden met partijen buiten de coalitie.

Die oppositiepartijen kunnen in ruil voor hun steun aanpassingen of concessies verlangen.

Of het kabinet voldoende steun voor alle begrotingsplannen weet te verzamelen, zal daarom afhangen van de onderhandelingen die worden gevoerd.

Juist die onzekerheid lijkt bij kiezers niet goed te vallen.

Volgens Ipsos I&O hebben veel Nederlanders weinig vertrouwen in het vermogen van het kabinet om grote problemen daadwerkelijk op te lossen.

Slechts 9 procent heeft veel vertrouwen in oplossingen

Een van de opvallendste cijfers uit het onderzoek heeft betrekking op de slagkracht van het kabinet.

Volgens Ipsos I&O heeft slechts 9 procent van de ondervraagden vertrouwen dat het kabinet problemen kan oplossen.

Ook kijken kiezers kritisch naar de rol van de afzonderlijke coalitiepartijen.

Daarbij krijgt met name de VVD volgens de onderzoekers relatief veel verantwoordelijkheid toegeschreven voor de huidige politieke situatie.

Voor de partij is dat extra pijnlijk omdat ook onder de eigen achterban de tevredenheid met het kabinet laag ligt.

PRO volgens peiling grootste partij

De verslechterde beoordeling van het kabinet is ook terug te zien in de virtuele zetelverdeling van Ipsos I&O.

Als er op dit moment Tweede Kamerverkiezingen zouden worden gehouden, zou PRO onder leiding van Jesse Klaver volgens deze peiling de grootste partij worden met 26 zetels.

D66 zou uitkomen op 20 zetels.

De PVV volgt volgens de meting met 17 zetels.

Aan de rechterkant van het politieke spectrum vallen daarnaast de stijgende cijfers van JA21 en Forum voor Democratie op.

Het gaat hierbij nadrukkelijk om een momentopname. Een zetelpeiling voorspelt niet met zekerheid hoe Nederlanders bij daadwerkelijke verkiezingen zouden stemmen.

Peiling onder ongeveer 2.100 mensen

Aan het onderzoek van Ipsos I&O deden ongeveer 2.100 mensen mee.

Dat is vanzelfsprekend maar een klein deel van alle kiesgerechtigde Nederlanders, maar dat maakt een opinieonderzoek op zichzelf niet onbetrouwbaar.

Bij representatief steekproefonderzoek is vooral van belang hoe deelnemers zijn geselecteerd, hoe representatief de steekproef is voor de bevolking en welke statistische onzekerheidsmarges gelden. Een goed samengestelde steekproef van enkele duizenden respondenten kan daarom wel degelijk inzicht geven in verschuivingen onder de Nederlandse bevolking.

Tegelijkertijd moeten percentages en virtuele zetelaantallen niet als exacte verkiezingsuitslagen worden gelezen. Kleine verschillen kunnen binnen de onzekerheidsmarge vallen en politieke voorkeuren kunnen snel veranderen.

Stevige waarschuwing voor Jetten en coalitie

Voor premier Rob Jetten en zijn coalitiepartners zijn de nieuwste cijfers hoe dan ook geen prettig signaal.

Nog geen zeven maanden na zijn aantreden is volgens Ipsos I&O nog maar 18 procent tevreden over het kabinetsbeleid, tegenover 26 procent in juli.

Daar komt bij dat ook binnen de achterban van D66, CDA en vooral VVD aanzienlijke onvrede bestaat.

De komende periode wordt daarmee belangrijk voor het kabinet-Jetten. De coalitie moet niet alleen voldoende oppositiesteun vinden om haar plannen door het parlement te krijgen, maar staat volgens deze peiling ook voor een minstens zo lastige opdracht: het vertrouwen van een groot deel van de kiezers terugwinnen.

Continue Reading