Actueel
Jill Peeters slaat alarm over einde januari: “Wat eraan komt, is allesbehalve normaal”
De winter liet zich deze maanden van zijn meest ongrijpbare kant zien. Geen langdurige vorstperiodes, geen dikke pakken sneeuw die dagenlang bleven liggen, maar vooral zachtheid, regen en een gevoel van uitstel. Toch is dat volgens weervrouw Jill Peeters precies de reden om nu extra alert te zijn. Aan het einde van januari luidt zij namelijk de noodklok: niet omdat er één extreem weersfenomeen op ons afkomt, maar omdat alles samenvalt.

“Wat we nu zien, wijkt af van wat mensen als ‘een normale winter’ ervaren,” waarschuwt Peeters. “En net die afwijking maakt het verraderlijk.”
Geen klassieke winter, maar een grillig patroon
Veel mensen denken bij winter aan duidelijke tegenstellingen: ofwel koud en droog, ofwel zacht en nat. Maar volgens Peeters past de huidige situatie in geen van beide hokjes. In plaats daarvan ziet ze een opeenvolging van extremen die elkaar snel afwisselen.
“Het is geen verhaal van alleen kou of alleen regen,” legt ze uit. “Het is de combinatie van zachte lucht, gevolgd door plots koudere inval, veel neerslag in korte tijd en daarna gevaarlijke gladheid. Dat is geen klassiek winterweer.”
Waar eerdere winters vaak herkenbare patronen hadden, lijkt dat nu anders. De overgang van zacht naar koud verloopt sneller, frontsysteem volgen elkaar korter op en de marge voor verrassing is groter dan ooit.
Waarom net het einde van januari zorgen baart
Het einde van januari wordt traditioneel gezien als een relatief stabiele winterperiode. De dagen worden langzaam langer, mensen raken gewend aan het seizoen en de grootste winterse verrassingen lijken vaak al achter de rug. Juist dat maakt deze fase volgens Peeters extra riskant.
“Ons gedrag past zich aan wat we verwachten,” zegt ze. “Als mensen denken: ‘Ach, de winter stelt toch niet veel voor dit jaar’, dan worden ze minder voorzichtig. Maar het weer houdt geen rekening met die verwachtingen.”
Volgens haar is het gevaar niet zozeer de intensiteit van één moment, maar de onvoorspelbaarheid. Nat wegdek kan in enkele uren veranderen in spekgladde wegen. Regen kan lokaal plots overvloedig worden. En zachte dagen kunnen abrupt worden gevolgd door nachtvorst.

De concrete risico’s: waar moeten we op letten?
Peeters benoemt een aantal situaties die de komende periode extra aandacht vragen:
1. Snelle temperatuurschommelingen
Na zachte dagen waarin regen valt, kan de temperatuur ’s avonds of ’s nachts plots onder nul zakken. Dat zorgt voor onzichtbare ijsvorming, vooral op bruggen, fietspaden en lokale wegen.
2. Hevige regen in korte tijd
Hoewel het geen klassieke stormregens zijn, kan de neerslag lokaal intens zijn. Dat vergroot de kans op wateroverlast, vooral in gebieden waar de bodem al verzadigd is.
3. Wind op onverwachte momenten
De wind kan tijdelijk aantrekken bij passerende fronten, wat in combinatie met natte bodem zorgt voor instabiele bomen en losliggende voorwerpen.
4. Verhoogd risico tijdens spitsuren
De ochtend- en avondspits worden expliciet genoemd als risicomomenten. “Het weer verandert vaak net op die momenten,” aldus Peeters. “En dan is de impact op verkeer en veiligheid het grootst.”
“Dit is weer dat je niet voelt aankomen”
Een van de kernpunten in haar waarschuwing is dat dit type winterweer intuïtief lastig te herkennen is. Geen knisperende kou, geen zichtbare sneeuwlaag, geen duidelijk alarmsignaal.
“Je stapt naar buiten en denkt: het valt wel mee,” zegt Peeters. “Maar net dat gevoel is gevaarlijk. Het weer verraadt zichzelf niet altijd.”
Volgens haar zijn mensen hun natuurlijke ‘weerinstinct’ deels kwijtgeraakt. Vroeger waren seizoenen consistenter, waardoor gedrag automatisch werd aangepast. Nu is dat minder vanzelfsprekend.
Onrust op sociale media: herkenning en twijfel
De waarschuwingen van Peeters zorgen voor veel reacties. Niet zozeer paniek, maar vooral verwarring en discussie.
Vragen die vaak terugkeren:
-
“Moeten kinderen veilig naar school kunnen fietsen?”
-
“Is dit nog winter of gewoon chaos?”
-
“Waarom lijken waarschuwingen elkaar zo snel op te volgen?”
Sommigen vinden de toon te alarmerend en wijzen erop dat het “altijd wel eens wisselvallig is in de winter”. Anderen herkennen juist de onzekerheid en vinden het prettig dat er expliciet wordt gewaarschuwd.

Klimaatverandering of gewoon pech?
De bredere vraag die steeds vaker opduikt: is dit toeval, of een teken van iets structureels?
Peeters is voorzichtig met grote conclusies, maar ontkent de link met klimaatverandering niet.
“We zien al langer dat winters zachter worden, maar tegelijk ook grilliger,” zegt ze. “Dat betekent niet automatisch meer sneeuw of meer kou, maar wel extremere overgangen.”
Volgens haar is het gevaarlijk om elk weersverschijnsel afzonderlijk te bekijken. Juist de opeenstapeling van afwijkingen maakt het beeld zorgelijk.
Geen paniek, wel alertheid
Belangrijk om te benadrukken: Peeters spreekt niet over code rood of uitzonderlijke noodsituaties. Er is geen sprake van een naderende ramp of extreme winterstorm.
“Ik zaai geen paniek,” benadrukt ze. “Ik vraag alertheid. Dat is iets totaal anders.”
Alertheid betekent volgens haar:
-
het volgen van weersvoorspellingen,
-
het aanpassen van reisgedrag,
-
en vooral het besef dat “zacht winterweer” niet automatisch veilig weer is.
Praktische tips voor de komende dagen
Hoewel Peeters geen doemscenario schetst, geeft ze wel enkele nuchtere adviezen:
-
Wees voorzichtig op natte wegen bij dalende temperaturen, vooral ’s avonds en ’s ochtends.
-
Controleer fiets- en wandelroutes, vooral op bruggen en open stukken.
-
Plan extra tijd in voor verplaatsingen, zeker tijdens spitsuren.
-
Laat je niet misleiden door zachte temperaturen overdag; de nacht kan een heel ander beeld geven.
Een signaal, geen voetnoot
Het einde van januari wordt vaak gezien als een rustige overgang richting februari. Maar volgens Jill Peeters verdient deze periode juist extra aandacht.
“Dit is geen voetnoot in de winter,” besluit ze. “Het is een signaal. Niet om bang van te worden, maar om rekening mee te houden.”
En precies daarom kijken steeds meer mensen weer even omhoog – naar de lucht, maar ook naar de woorden van iemand die het weer al decennia observeert. Want als de winter iets duidelijk maakt, dan is het dit: voorspelbaarheid is geen vanzelfsprekendheid meer.
Actueel
Enorme klap voor iedereen met een huurwoning

Woningtekort blijft groeien: verkoopgolf van huurwoningen dreigt de crisis verder te verdiepen
Het woningtekort in Nederland blijft hardnekkig oplopen en is inmiddels uitgekomen op circa 410.000 woningen. Daarmee staat de druk op de woningmarkt op een historisch hoog niveau. Alsof dat nog niet genoeg is, wijst nieuw onderzoek erop dat er nog meer problemen op komst zijn. Zowel beleggers als woningcorporaties zijn namelijk van plan om de komende jaren nog meer huurwoningen te verkopen. De gevolgen daarvan kunnen ingrijpend zijn voor huurders, starters en gezinnen.

Het vooruitzicht: een verder krimpend huuraanbod, stijgende huren in de vrije sector en een generatie jongeren die noodgedwongen langer bij hun ouders blijft wonen.
Alarmerend rapport over de toekomst van huurwoningen
Uit een gezamenlijk rapport van Capital Value en ABF Research, opgesteld in opdracht van de overheid, blijkt dat de bereidheid om huurwoningen te verkopen groot is. Meer dan de helft van de ondervraagde partijen geeft aan dat zij hun huurbezit verder willen afbouwen.
Concreet zegt 56 procent van de woningcorporaties te verwachten dat zij in de komende jaren meer woningen zullen “uitponden”. Uitponden betekent dat huurwoningen bij mutatie — dus wanneer een huurder vertrekt — niet opnieuw worden verhuurd, maar te koop worden gezet.
Ook particuliere en institutionele beleggers volgen deze strategie steeds vaker.

Waarom corporaties en beleggers verkopen
Voor woningcorporaties is de verkoop van huurwoningen geen doel op zich, maar een middel. De opbrengsten worden ingezet voor nieuwbouwprojecten en voor het verduurzamen van bestaande woningen. In theorie zou dat op lange termijn moeten bijdragen aan meer en betere woningen.
In de praktijk wringt het echter. De verkoop gebeurt sneller dan de nieuwbouw kan worden gerealiseerd, waardoor het netto-aanbod aan huurwoningen verder afneemt.
Beleggers hebben weer andere motieven. Volgens Arjan Peerboom, directeur van Capital Value, speelt vooral de veranderde financiële context een rol. “Beleggers kiezen steeds vaker voor individuele verkoop vanwege hogere fiscale lasten en lagere rendementen bij het aanhouden van huurwoningen,” aldus Peerboom.

Een harde klap voor huurders en starters
De gevolgen van deze verkoopgolf zijn aanzienlijk. Minder huurwoningen betekent meer concurrentie op een markt die al extreem krap is. Vooral in de vrije huursector, waar de huren minder gereguleerd zijn, zal dat leiden tot forse prijsstijgingen.
Voor jongeren en starters wordt het daardoor steeds moeilijker om een zelfstandige woning te vinden. Veel twintigers en dertigers blijven noodgedwongen langer thuis wonen of delen een woning, simpelweg omdat er geen betaalbare alternatieven zijn.
Ook gezinnen die willen doorstromen, lopen vast. Wie een betaalbare huurwoning verlaat, heeft geen garantie dat er iets passends voor terugkomt.

Cijfers laten trend duidelijk zien
De trend is al zichtbaar in de cijfers. In 2024 werden 26.180 huurwoningen verkocht. Dat aantal ligt fors hoger dan in eerdere jaren en vormt een duidelijke aanwijzing dat het uitponden structureel is geworden.
Als deze ontwikkeling doorzet — en daar wijzen de huidige plannen op — zal het tekort aan huurwoningen verder oplopen. Dat werkt als een vicieuze cirkel: minder aanbod leidt tot hogere prijzen, waardoor nog meer mensen buiten de boot vallen.
Nieuwbouw kan tempo niet bijhouden
Tegenover de verkoop van huurwoningen staat de bouw van nieuwe woningen. In 2025 werden 69.200 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Voor dit jaar wordt een stijging verwacht naar ongeveer 88.000 woningen. Dat lijkt positief, maar het is onvoldoende om het bestaande tekort snel terug te dringen.
Bovendien is er een zorgwekkende ontwikkeling zichtbaar aan de voorkant van de bouwketen. Het aantal bouwvergunningen bevindt zich momenteel in een “stevige dip”, zo meldt De Telegraaf. Minder vergunningen vandaag betekent minder opleveringen over enkele jaren.
Buitenlandse investeerders haken af
Een belangrijke factor in de teruglopende bouwactiviteit is het afhaken van buitenlandse beleggers. Hun aandeel in de financiering van Nederlandse woningbouwprojecten is gedaald naar slechts 7 procent, het laagste niveau ooit gemeten.
Internationale investeerders noemen meerdere obstakels:
-
De hoge overdrachtsbelasting in Nederland
-
Strenge huurwetgeving, vooral in de gereguleerde sector
-
Veranderde fiscale regels, waardoor rendementen onder druk staan
Als gevolg daarvan bouwen buitenlandse partijen hun vastgoedportefeuilles in Nederland af.
Afnemend buitenlands bezit
De cijfers onderstrepen die trend. Begin vorig jaar bezaten buitenlandse beleggers nog ongeveer 80.000 huurwoningen in Nederland. Inmiddels is dat aantal gedaald naar 72.500. Die woningen verdwijnen niet van de markt, maar worden verkocht — vaak aan particulieren die ze zelf gaan bewonen.
Hoewel dat voor individuele kopers gunstig kan zijn, betekent het op macroniveau opnieuw een krimp van het huuraanbod.
Politieke en maatschappelijke onrust
De ontwikkelingen zorgen voor groeiende maatschappelijke en politieke onrust. Op sociale media en in het publieke debat klinkt steeds vaker de vraag hoe het mogelijk is dat het woningtekort blijft oplopen, terwijl de behoefte aan betaalbare woonruimte zo groot is.
Sommige opiniemakers wijzen erop dat vooral Nederlandse starters en jonge gezinnen de gevolgen voelen. Zij stellen hun toekomstplannen uit, wonen langer bij hun ouders en ervaren steeds meer onzekerheid over wonen en samenleven.
Structureel probleem vraagt structurele oplossingen
Experts zijn het erover eens dat het woningtekort niet met één maatregel kan worden opgelost. Het gaat om een structureel probleem, waarin bouwtempo, regelgeving, financiering en demografie samenkomen.
Zonder versnelling van de bouw, stabiel beleid voor investeerders en bescherming van het huuraanbod dreigt de situatie verder te verslechteren. De verkoop van huurwoningen kan op korte termijn geld opleveren, maar vergroot het probleem zolang de nieuwbouw achterblijft.
Wat betekent dit voor de komende jaren?
Als de huidige trends zich doorzetten, moeten huurders zich voorbereiden op:
-
Minder keuze op de huurmarkt
-
Langere wachttijden voor betaalbare woningen
-
Stijgende huren, vooral in de vrije sector
-
Meer jongeren die langer thuis blijven wonen
Zonder ingrijpen kan het woningtekort de komende jaren nog verder oplopen, ondanks alle ambities en plannen.
Conclusie: druk op woningmarkt neemt verder toe
Het oplopende woningtekort, gecombineerd met de geplande verkoop van huurwoningen door corporaties en beleggers, vormt een zorgwekkende cocktail. Hoewel nieuwbouwprojecten in de planning staan, blijft het tempo onvoldoende om de uitstroom uit de huursector te compenseren.
Voor huurders, starters en gezinnen betekent dit aanhoudende onzekerheid. De cijfers laten zien dat het probleem niet vanzelf verdwijnt. Zonder duidelijke koers en langdurige oplossingen blijft de Nederlandse woningmarkt gevangen in een crisis die steeds meer mensen direct raakt.