Connect with us

Actueel

WHO waarschuwt voor nieuw ‘supervirus’: ”Ga NIET naar je werk”

Published

on

WHO slaat alarm over snel veranderende griepvariant: wat betekent dit voor ons?

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwt voor een opvallende ontwikkeling binnen het huidige griepseizoen. In meerdere landen duikt een snel evoluerende variant van het influenzavirus op, en volgens de organisatie heeft deze viruslijn een zogeheten “pandemisch potentieel”. Hoewel het nog veel te vroeg is om conclusies te trekken, volgt de WHO de situatie nauwlettend — iets wat wereldwijd meteen de aandacht trekt.

Een griepvariant die zich sneller lijkt te verspreiden

Hoewel de huidige influenza-activiteit wereldwijd nog binnen de normale bandbreedte van een winterse griepgolf valt, ziet de WHO dat in sommige landen de besmettingscijfers nu sneller stijgen dan verwacht. Er is geen sprake van een noodsituatie, maar wél van een viruslijn die zich opvallend vlot ontwikkelt.

De griepvariant waar het om draait, wordt door de WHO omschreven als een evoluerende vorm van influenza A (H3N2). In laboratoria en surveillancesystemen wereldwijd zien onderzoekers sinds augustus een sterke groei van een subtype dat behoort tot de J.2.4.1 — ook wel bekend als de K-subclade. Dat klinkt technisch, maar in de praktijk betekent het dat dit subtype genetisch aan het verschuiven is, waardoor het zich anders kan gaan gedragen dan eerdere varianten.

corona

Engeland ziet vroege en stevige stijging

Vooral in Engeland spreken gezondheidsinstanties van een opvallende toename. Britse media waarschuwen dat mensen die symptomen hebben van dit snelle griepvirus beter thuis kunnen blijven. Niet vanwege paniek, maar omdat men wil voorkomen dat de golf te hard oploopt tijdens de drukke winterperiode.

Het Verenigd Koninkrijk is traditioneel gezien een van de eerste landen waar grieptrends duidelijk zichtbaar worden, omdat de testcapaciteit en monitoring daar op hoog niveau liggen. Dat de cijfers er nu al zo duidelijk stijgen, baart deskundigen dus enige zorg — in elk geval voldoende om extra alert te zijn.

Waarom deze griepvariant zo in de gaten wordt gehouden

De seizoensgriep komt ieder jaar terug, en vrijwel ieder griepseizoen lopen mensen risico op complicaties. Dat is niet nieuw. Toch is het gedrag van deze specifieke variant anders dan men had verwacht. Wereldwijd wordt een toename gezien van H3N2-virussen, en met name het opkomende subtype ontwikkelt zich in een hoger tempo dan gebruikelijk.

Dat is niet direct reden tot zorg, maar wel iets dat nauwkeurig in kaart moet worden gebracht. De WHO benadrukt dat evoluerende griepvarianten niet zeldzaam zijn, maar dat sommige lijnen nauwkeuriger moeten worden gevolgd om te bepalen welk risico ze mogelijk vormen.

Verschillen tussen de twee halfronden

Wereldwijde surveillancesystemen tonen dat het griepseizoen dit jaar op veel plekken anders verloopt dan normaal:

  • In het noordelijk halfrond — waaronder Europa en Noord-Amerika — begon het griepseizoen eerder dan verwacht.

  • In het zuidelijk halfrond — bijvoorbeeld Australië en Zuid-Amerika — duurde het afgelopen seizoen juist langer dan voorgaande jaren.

Die combinatie zegt iets over de activiteit van circulerende griepvirussen en kan wijzen op een verschuiving in patronen. Veel virologen vinden het interessant dat dit nieuwe subtype zowel vroeg als lang aanhoudend actief lijkt te zijn binnen verschillende werelddelen.

 

 

Wat betekent ‘pandemisch potentieel’ eigenlijk?

De term kan angstaanjagend klinken, maar deskundigen benadrukken dat het vooral een technische term is. Hij betekent simpelweg:

Een viruslijn bevat eigenschappen die nader onderzocht moeten worden om te bepalen of deze zich kan verspreiden op een manier die wereldwijd impact heeft.

Het betekent niet dat er een pandemie aankomt of dat de situatie vergelijkbaar is met eerdere wereldwijde gezondheidscrises. De WHO gebruikt het woord vooral om duidelijk te maken dat de variant extra wetenschappelijke aandacht krijgt.

Vaccins blijven belangrijk — ook als het virus verandert

Een belangrijke boodschap van de WHO is dat vaccins een cruciale rol blijven spelen in zowel preventie als bescherming van risicogroepen. Zelfs wanneer circulerende virusvarianten genetisch afwijken van de oudere stammen waarop vaccins zijn gebaseerd, bieden griepprikken doorgaans nog steeds bescherming tegen ernstige klachten en complicaties.

De effectiviteit van vaccins wordt iedere winter opnieuw onderzocht, en de WHO adviseert wereldwijd welke virusstammen in de productie moeten worden opgenomen.

Hoe de WHO dit nieuwe subtype monitort

De Wereldgezondheidsorganisatie beheert een uitgebreid wereldwijd waarschuwingssysteem:
het Global Influenza Surveillance and Response System (GISRS).

Dit netwerk bestaat uit meer dan:

  • 160 laboratoria

  • 131 aangesloten landen

  • duizenden onderzoekers die het hele jaar door genetische gegevens verzamelen

Het systeem vergelijkt voortdurend mutaties, verspreidingspatronen en klinische gegevens. Zodra een variant zich opvallend gedraagt, of een sterke groei in positieve testen laat zien, wordt dat gemarkeerd voor nader onderzoek.

Dat gebeurt nu ook met de H3N2-lijn die tot de K-subclade behoort.

Onzekerheden en vragen: wat weten we wél en wat nog niet?

Hoewel het virus in sommige landen sneller lijkt te circuleren, zijn er ook factoren die de stijging kunnen verklaren:

  • koud weer en meer binnenactiviteiten

  • grotere groepen mensen die samenkomen rond feestdagen

  • hogere testbereidheid

De WHO benadrukt dat er geen aanwijzingen zijn dat dit subtype gevaarlijker is dan eerdere seizoensgriepvarianten. De term “supervirus”, die in sommige media opduikt, is geen officiële benaming en wordt door gezondheidsinstanties niet gebruikt.

Maar: omdat het subtype genetisch in beweging is, wil men vroegtijdig inschatten wat dat betekent voor bescherming, transmissie en de omvang van het seizoen.

Het tienpuntenplan van de WHO

Om duidelijkheid te krijgen, presenteerde de WHO een internationaal actieplan dat zich richt op:

  1. voortdurende monitoring van alle griepvarianten

  2. snelle gegevensdeling tussen landen

  3. genetische analyse van opkomende viruslijnen

  4. evaluatie van vaccinbescherming

  5. uitbreiding van laboratoriumcapaciteit

  6. tijdige aanpassing van vaccins wanneer nodig

  7. voorlichting aan gezondheidsprofessionals

  8. betere communicatie naar het publiek

  9. versterking van epidemiologische netwerken

  10. advies over reis- en werkprotocollen bij hoge circulatie

Het doel: overzicht behouden, trends begrijpen en risicogroepen tijdig beschermen.

Moeten we ons zorgen maken?

Volgens de WHO voorlopig niet. De organisatie benadrukt dat:

  • het nog steeds om een regulier griepseizoen gaat

  • er geen aanwijzingen zijn voor uitzonderlijke ernst

  • vaccins waarschijnlijk bescherming blijven bieden

  • extra monitoring puur een voorzorgsmaatregel is

Ondertussen blijft de wereld wel geïnteresseerd, vooral nu winterse omstandigheden samenkomen met hogere circulatie van verschillende luchtweginfecties.

Conclusie: alert blijven, niet bang worden

De snel evoluerende griepvariant is vooral een signaal dat de WHO haar waarschuwingssysteem scherp houdt. De term pandemisch potentieel betekent monitoring, geen voorspelling. Voor het brede publiek verandert er vooralsnog weinig: goede hygiëne, voldoende rust en alertheid bij klachten blijven de beste voorzorgsmaatregelen.

De komende maanden zal duidelijk worden of de variant daadwerkelijk anders verloopt dan eerdere seizoenen — maar voor nu is de boodschap vooral dat de situatie beheersbaar blijft.

Actueel

Enorme klap voor iedereen met een huurwoning

Published

on

Woningtekort blijft groeien: verkoopgolf van huurwoningen dreigt de crisis verder te verdiepen

Het woningtekort in Nederland blijft hardnekkig oplopen en is inmiddels uitgekomen op circa 410.000 woningen. Daarmee staat de druk op de woningmarkt op een historisch hoog niveau. Alsof dat nog niet genoeg is, wijst nieuw onderzoek erop dat er nog meer problemen op komst zijn. Zowel beleggers als woningcorporaties zijn namelijk van plan om de komende jaren nog meer huurwoningen te verkopen. De gevolgen daarvan kunnen ingrijpend zijn voor huurders, starters en gezinnen.

Het vooruitzicht: een verder krimpend huuraanbod, stijgende huren in de vrije sector en een generatie jongeren die noodgedwongen langer bij hun ouders blijft wonen.


Alarmerend rapport over de toekomst van huurwoningen

Uit een gezamenlijk rapport van Capital Value en ABF Research, opgesteld in opdracht van de overheid, blijkt dat de bereidheid om huurwoningen te verkopen groot is. Meer dan de helft van de ondervraagde partijen geeft aan dat zij hun huurbezit verder willen afbouwen.

Concreet zegt 56 procent van de woningcorporaties te verwachten dat zij in de komende jaren meer woningen zullen “uitponden”. Uitponden betekent dat huurwoningen bij mutatie — dus wanneer een huurder vertrekt — niet opnieuw worden verhuurd, maar te koop worden gezet.

Ook particuliere en institutionele beleggers volgen deze strategie steeds vaker.


Waarom corporaties en beleggers verkopen

Voor woningcorporaties is de verkoop van huurwoningen geen doel op zich, maar een middel. De opbrengsten worden ingezet voor nieuwbouwprojecten en voor het verduurzamen van bestaande woningen. In theorie zou dat op lange termijn moeten bijdragen aan meer en betere woningen.

In de praktijk wringt het echter. De verkoop gebeurt sneller dan de nieuwbouw kan worden gerealiseerd, waardoor het netto-aanbod aan huurwoningen verder afneemt.

Beleggers hebben weer andere motieven. Volgens Arjan Peerboom, directeur van Capital Value, speelt vooral de veranderde financiële context een rol. “Beleggers kiezen steeds vaker voor individuele verkoop vanwege hogere fiscale lasten en lagere rendementen bij het aanhouden van huurwoningen,” aldus Peerboom.


Een harde klap voor huurders en starters

De gevolgen van deze verkoopgolf zijn aanzienlijk. Minder huurwoningen betekent meer concurrentie op een markt die al extreem krap is. Vooral in de vrije huursector, waar de huren minder gereguleerd zijn, zal dat leiden tot forse prijsstijgingen.

Voor jongeren en starters wordt het daardoor steeds moeilijker om een zelfstandige woning te vinden. Veel twintigers en dertigers blijven noodgedwongen langer thuis wonen of delen een woning, simpelweg omdat er geen betaalbare alternatieven zijn.

Ook gezinnen die willen doorstromen, lopen vast. Wie een betaalbare huurwoning verlaat, heeft geen garantie dat er iets passends voor terugkomt.


Cijfers laten trend duidelijk zien

De trend is al zichtbaar in de cijfers. In 2024 werden 26.180 huurwoningen verkocht. Dat aantal ligt fors hoger dan in eerdere jaren en vormt een duidelijke aanwijzing dat het uitponden structureel is geworden.

Als deze ontwikkeling doorzet — en daar wijzen de huidige plannen op — zal het tekort aan huurwoningen verder oplopen. Dat werkt als een vicieuze cirkel: minder aanbod leidt tot hogere prijzen, waardoor nog meer mensen buiten de boot vallen.

 

 


Nieuwbouw kan tempo niet bijhouden

Tegenover de verkoop van huurwoningen staat de bouw van nieuwe woningen. In 2025 werden 69.200 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Voor dit jaar wordt een stijging verwacht naar ongeveer 88.000 woningen. Dat lijkt positief, maar het is onvoldoende om het bestaande tekort snel terug te dringen.

Bovendien is er een zorgwekkende ontwikkeling zichtbaar aan de voorkant van de bouwketen. Het aantal bouwvergunningen bevindt zich momenteel in een “stevige dip”, zo meldt De Telegraaf. Minder vergunningen vandaag betekent minder opleveringen over enkele jaren.


Buitenlandse investeerders haken af

Een belangrijke factor in de teruglopende bouwactiviteit is het afhaken van buitenlandse beleggers. Hun aandeel in de financiering van Nederlandse woningbouwprojecten is gedaald naar slechts 7 procent, het laagste niveau ooit gemeten.

Internationale investeerders noemen meerdere obstakels:

  • De hoge overdrachtsbelasting in Nederland

  • Strenge huurwetgeving, vooral in de gereguleerde sector

  • Veranderde fiscale regels, waardoor rendementen onder druk staan

Als gevolg daarvan bouwen buitenlandse partijen hun vastgoedportefeuilles in Nederland af.


Afnemend buitenlands bezit

De cijfers onderstrepen die trend. Begin vorig jaar bezaten buitenlandse beleggers nog ongeveer 80.000 huurwoningen in Nederland. Inmiddels is dat aantal gedaald naar 72.500. Die woningen verdwijnen niet van de markt, maar worden verkocht — vaak aan particulieren die ze zelf gaan bewonen.

Hoewel dat voor individuele kopers gunstig kan zijn, betekent het op macroniveau opnieuw een krimp van het huuraanbod.


Politieke en maatschappelijke onrust

De ontwikkelingen zorgen voor groeiende maatschappelijke en politieke onrust. Op sociale media en in het publieke debat klinkt steeds vaker de vraag hoe het mogelijk is dat het woningtekort blijft oplopen, terwijl de behoefte aan betaalbare woonruimte zo groot is.

Sommige opiniemakers wijzen erop dat vooral Nederlandse starters en jonge gezinnen de gevolgen voelen. Zij stellen hun toekomstplannen uit, wonen langer bij hun ouders en ervaren steeds meer onzekerheid over wonen en samenleven.


Structureel probleem vraagt structurele oplossingen

Experts zijn het erover eens dat het woningtekort niet met één maatregel kan worden opgelost. Het gaat om een structureel probleem, waarin bouwtempo, regelgeving, financiering en demografie samenkomen.

Zonder versnelling van de bouw, stabiel beleid voor investeerders en bescherming van het huuraanbod dreigt de situatie verder te verslechteren. De verkoop van huurwoningen kan op korte termijn geld opleveren, maar vergroot het probleem zolang de nieuwbouw achterblijft.


Wat betekent dit voor de komende jaren?

Als de huidige trends zich doorzetten, moeten huurders zich voorbereiden op:

  • Minder keuze op de huurmarkt

  • Langere wachttijden voor betaalbare woningen

  • Stijgende huren, vooral in de vrije sector

  • Meer jongeren die langer thuis blijven wonen

Zonder ingrijpen kan het woningtekort de komende jaren nog verder oplopen, ondanks alle ambities en plannen.


Conclusie: druk op woningmarkt neemt verder toe

Het oplopende woningtekort, gecombineerd met de geplande verkoop van huurwoningen door corporaties en beleggers, vormt een zorgwekkende cocktail. Hoewel nieuwbouwprojecten in de planning staan, blijft het tempo onvoldoende om de uitstroom uit de huursector te compenseren.

Voor huurders, starters en gezinnen betekent dit aanhoudende onzekerheid. De cijfers laten zien dat het probleem niet vanzelf verdwijnt. Zonder duidelijke koers en langdurige oplossingen blijft de Nederlandse woningmarkt gevangen in een crisis die steeds meer mensen direct raakt.

Continue Reading