Actueel
Formatie vastgelopen, DIT gaat er nu gebeuren
Formatie loopt compleet vast: Sybrand Buma slaat alarm en roept grootste partijen opnieuw bijeen
De formatie in Den Haag zit volledig op slot. Dat heeft informateur Sybrand Buma laten weten na dagen van intensieve gesprekken met partijen uit de Tweede Kamer. Volgens hem is er momenteel geen enkele meerderheidsvariant die op voldoende steun kan rekenen, en ook een minderheidskabinet lijkt voorlopig onhaalbaar.

Het nieuws wordt gezien als een stevige tegenslag voor Nederland, waar de behoefte aan een stabiel kabinet met de dag groter lijkt te worden. Morgen spreekt Buma opnieuw met de grootste partijen in de hoop dat er alsnog beweging komt.
“Geen werkzame meerderheidsvariant”
In een schriftelijke toelichting zei Buma dat hij geen levensvatbare combinatie ziet die een meerderheid kan vormen. Zijn woorden zijn helder en weinig hoopgevend:
“De afgelopen dagen is gebleken dat er geen werkzame meerderheidsvariant is die op meerderheidssteun in de Tweede Kamer kan rekenen. Ook een minderheidsvariant heeft niet voldoende steun om aan het werk te gaan.”
Daarmee bevestigt hij wat achter de schermen al langer werd vermoed: de politieke puzzel van dit moment is ongekend ingewikkeld. Verschillende partijen sluiten elkaar uit, vertrouwenskwesties lopen op en de bereidheid tot concessies lijkt beperkt.

Vijf grootste partijen terug aan tafel—zonder de PVV
Buma heeft de fractievoorzitters van de vijf grootste partijen opnieuw uitgenodigd voor overleg. De PVV maakt geen deel uit van deze gesprekronde. De informateur wil samen met de overige grote partijen onderzoeken welke opties er nog op tafel liggen.
“Uiteindelijk moet er een kabinet
komen,” benadrukt Buma.
Daarmee onderstreept hij dat hij ondanks de impasse blijft zoeken
naar mogelijkheden.
De uitnodiging aan vijf partijen geeft aan dat hij meerdere richtingen wil verkennen. Toch is de sfeer verre van optimistisch.

Waarom een meerderheidskabinet niet mogelijk lijkt
De formatie stokt vooral omdat twee sleutelpartijen lijnrecht tegenover elkaar staan: de VVD wil niet samenwerken met GroenLinks–PvdA, wat meteen een groot aantal opties uitsluit.
Ook andere combinaties leveren problemen op:
-
Een centrumlinkse variant komt niet van de grond omdat centrumrechtse partijen onvoldoende vertrouwen hebben.
-
Een coalitie met partijen die samen nét geen meerderheid hebben, blijkt eveneens onhaalbaar vanwege ontbrekende steun van andere fracties.
Volgens Buma is er op dit moment simpelweg geen realistische meerderheid te creëren zonder dat partijen over hun eigen schaduwen stappen. En dat laatste gebeurt nog niet.

Minderheidskabinet evenmin levensvatbaar
Een minderheidskabinet met VVD, D66 en CDA, een optie die in eerdere formaties weleens als noodscenario werd genoemd, lijkt evenmin kansrijk. GroenLinks–PvdA en JA21 willen geen gedoogsteun toezeggen, terwijl die steun volgens Buma cruciaal is voor de stabiliteit van zo’n constructie.
Veel partijen vinden dat er te veel grote uitdagingen liggen om met een fragiel kabinet aan de slag te gaan. Zonder een brede basis vrezen zij dat besluiten te snel zullen vastlopen in de Kamer.
Centrumrechts kabinet uitgesloten
Een centrumrechts kabinet, een voorkeur van VVD-leider Dilan Yeşilgöz, blijkt eveneens onmogelijk. Een combinatie van VVD, D66, CDA en JA21 zou op 75 zetels komen — precies eentje te weinig voor een meerderheid.
Daarnaast heeft D66 aangegeven dat het bezwaren heeft tegen nauwe samenwerking met JA21, waardoor deze route al snel als politiek onhaalbaar werd beschouwd.
Toenemende spanningen tussen partijen
Naast de inhoudelijke blokkades spelen emoties en politieke verwijten een steeds grotere rol. Aan de onderhandelingstafel neemt de spanning toe, en volgens Buma bestaat de kans dat discussies morgen fel zullen worden.
GroenLinks-PvdA-leider Jesse Klaver uitte stevige kritiek richting de VVD en sprak over wat hij omschreef als ‘arrogantie van de macht’. Zulke uitspraken maken de onderhandelingssfeer niet makkelijker en illustreren hoe diep het wantrouwen inmiddels zit.
Buma zelf vindt dat partijen
bereid moeten zijn om risico’s te nemen.
“Anders komt de formatie
niet verder,” zegt hij.
Dat klinkt als een waarschuwing: wie geen ruimte geeft, loopt het risico dat Nederland nog maanden zonder kabinet blijft.
D66 en CDA noemen de formatie “ingewikkeld”
Na recente gesprekken met Buma lieten zowel Rob Jetten (D66) als Henri Bontenbal weten dat zij de situatie ingewikkeld vinden. Geen van beiden ziet op dit moment een duidelijke route naar samenwerking die wél op voldoende steun kan rekenen.
Beide partijleiders lijken bereid mee te denken, maar benadrukken dat elke optie botst op fundamentele blokkades tussen andere partijen. De situatie vraagt volgens hen om realisme én creativiteit — twee elementen die nog lastig samenkomen aan de formatietafel.
Waarom deze formatie zo complex is
Deze formatie is een van de moeilijkste in jaren, en dat is geen toeval. De politieke landschap is sterk gefragmenteerd, partijen hebben in verkiezingstijd uitgesproken beloften gedaan en onderlinge relaties werden in de loop der jaren steeds ingewikkelder.
Enkele oorzaken:
-
Veel partijen hebben harde uitsluitingen uitgesproken, waardoor de bewegingsruimte klein is.
-
Idealistische verschillen tussen partijen zijn groter dan voorheen, met name op klimaat, migratie en financiën.
-
Politiek wantrouwen speelt een grote rol na meerdere crisisjaren en gevallen kabinetten.
-
Complexe maatschappelijke uitdagingen, zoals betaalbaarheid, zorg, woningbouw en veiligheid, vragen een stabiel kabinet — maar dat lijkt juist moeilijk te vormen.
Het resultaat: Nederland wacht op een coalitie die tegelijk sterk, stabiel en breed gedragen moet zijn, terwijl de Kamer scherper verdeeld is dan ooit.
Wat staat Buma te doen?
De informateur staat voor een enorme uitdaging. Zijn taak is om een route te vinden die:
-
Politiek haalbaar is — dus gesteund door minimaal 76 Kamerleden.
-
Stabiel is — zodat het kabinet niet bij de eerste de beste spanning valt.
-
Breed gedragen wordt — zeker gezien de grote maatschappelijke dossiers.
Morgen volgt een nieuw overleg met de grootste partijen. Buma hoopt dat zij bereid zijn om verder te denken dan vertrouwde lijnen. Hij benadrukt dat tijd geen luxe is: Nederland heeft een kabinet nodig om belangrijke beslissingen te kunnen nemen.
Wat betekent dit voor Nederland?
De politieke impasse komt op een moment dat veel Nederlanders behoefte hebben aan stabiliteit en richting. Thema’s als wonen, energie, gezondheidszorg en veiligheid wachten niet op een oplossing. Zonder nieuwe ministers en een helder akkoord blijven beslissingen uit of beperkt in kracht.
Daarom groeit buiten Den Haag de onrust. Werkgevers, maatschappelijke organisaties en gemeenten vragen om duidelijkheid.
Als de gesprekken morgen opnieuw vastlopen, kan dat betekenen dat:
-
een nieuwe informateur wordt gevraagd;
-
een geheel nieuwe richting moet worden verkend;
-
of partijen gedwongen worden om alsnog over hun eigen schaduwen heen te stappen.
Een cruciale dag in zicht
De formatie bevindt zich op een kantelpunt. Volgens Buma is iedere route voorlopig geblokkeerd, maar ligt de verantwoordelijkheid nu bij de grootste partijen om beweging te creëren. Morgen wordt duidelijk of er daadwerkelijk ruimte is voor nieuwe compromissen — of dat Nederland afstevent op een langdurige politieke patstelling.
Wat vaststaat: zonder bereidheid tot samenwerking wordt er geen kabinet gevormd. En juist dat is de boodschap die Buma nogmaals onderstreept.
Actueel
Enorme klap voor iedereen met een huurwoning

Woningtekort blijft groeien: verkoopgolf van huurwoningen dreigt de crisis verder te verdiepen
Het woningtekort in Nederland blijft hardnekkig oplopen en is inmiddels uitgekomen op circa 410.000 woningen. Daarmee staat de druk op de woningmarkt op een historisch hoog niveau. Alsof dat nog niet genoeg is, wijst nieuw onderzoek erop dat er nog meer problemen op komst zijn. Zowel beleggers als woningcorporaties zijn namelijk van plan om de komende jaren nog meer huurwoningen te verkopen. De gevolgen daarvan kunnen ingrijpend zijn voor huurders, starters en gezinnen.

Het vooruitzicht: een verder krimpend huuraanbod, stijgende huren in de vrije sector en een generatie jongeren die noodgedwongen langer bij hun ouders blijft wonen.
Alarmerend rapport over de toekomst van huurwoningen
Uit een gezamenlijk rapport van Capital Value en ABF Research, opgesteld in opdracht van de overheid, blijkt dat de bereidheid om huurwoningen te verkopen groot is. Meer dan de helft van de ondervraagde partijen geeft aan dat zij hun huurbezit verder willen afbouwen.
Concreet zegt 56 procent van de woningcorporaties te verwachten dat zij in de komende jaren meer woningen zullen “uitponden”. Uitponden betekent dat huurwoningen bij mutatie — dus wanneer een huurder vertrekt — niet opnieuw worden verhuurd, maar te koop worden gezet.
Ook particuliere en institutionele beleggers volgen deze strategie steeds vaker.

Waarom corporaties en beleggers verkopen
Voor woningcorporaties is de verkoop van huurwoningen geen doel op zich, maar een middel. De opbrengsten worden ingezet voor nieuwbouwprojecten en voor het verduurzamen van bestaande woningen. In theorie zou dat op lange termijn moeten bijdragen aan meer en betere woningen.
In de praktijk wringt het echter. De verkoop gebeurt sneller dan de nieuwbouw kan worden gerealiseerd, waardoor het netto-aanbod aan huurwoningen verder afneemt.
Beleggers hebben weer andere motieven. Volgens Arjan Peerboom, directeur van Capital Value, speelt vooral de veranderde financiële context een rol. “Beleggers kiezen steeds vaker voor individuele verkoop vanwege hogere fiscale lasten en lagere rendementen bij het aanhouden van huurwoningen,” aldus Peerboom.

Een harde klap voor huurders en starters
De gevolgen van deze verkoopgolf zijn aanzienlijk. Minder huurwoningen betekent meer concurrentie op een markt die al extreem krap is. Vooral in de vrije huursector, waar de huren minder gereguleerd zijn, zal dat leiden tot forse prijsstijgingen.
Voor jongeren en starters wordt het daardoor steeds moeilijker om een zelfstandige woning te vinden. Veel twintigers en dertigers blijven noodgedwongen langer thuis wonen of delen een woning, simpelweg omdat er geen betaalbare alternatieven zijn.
Ook gezinnen die willen doorstromen, lopen vast. Wie een betaalbare huurwoning verlaat, heeft geen garantie dat er iets passends voor terugkomt.

Cijfers laten trend duidelijk zien
De trend is al zichtbaar in de cijfers. In 2024 werden 26.180 huurwoningen verkocht. Dat aantal ligt fors hoger dan in eerdere jaren en vormt een duidelijke aanwijzing dat het uitponden structureel is geworden.
Als deze ontwikkeling doorzet — en daar wijzen de huidige plannen op — zal het tekort aan huurwoningen verder oplopen. Dat werkt als een vicieuze cirkel: minder aanbod leidt tot hogere prijzen, waardoor nog meer mensen buiten de boot vallen.
Nieuwbouw kan tempo niet bijhouden
Tegenover de verkoop van huurwoningen staat de bouw van nieuwe woningen. In 2025 werden 69.200 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Voor dit jaar wordt een stijging verwacht naar ongeveer 88.000 woningen. Dat lijkt positief, maar het is onvoldoende om het bestaande tekort snel terug te dringen.
Bovendien is er een zorgwekkende ontwikkeling zichtbaar aan de voorkant van de bouwketen. Het aantal bouwvergunningen bevindt zich momenteel in een “stevige dip”, zo meldt De Telegraaf. Minder vergunningen vandaag betekent minder opleveringen over enkele jaren.
Buitenlandse investeerders haken af
Een belangrijke factor in de teruglopende bouwactiviteit is het afhaken van buitenlandse beleggers. Hun aandeel in de financiering van Nederlandse woningbouwprojecten is gedaald naar slechts 7 procent, het laagste niveau ooit gemeten.
Internationale investeerders noemen meerdere obstakels:
-
De hoge overdrachtsbelasting in Nederland
-
Strenge huurwetgeving, vooral in de gereguleerde sector
-
Veranderde fiscale regels, waardoor rendementen onder druk staan
Als gevolg daarvan bouwen buitenlandse partijen hun vastgoedportefeuilles in Nederland af.
Afnemend buitenlands bezit
De cijfers onderstrepen die trend. Begin vorig jaar bezaten buitenlandse beleggers nog ongeveer 80.000 huurwoningen in Nederland. Inmiddels is dat aantal gedaald naar 72.500. Die woningen verdwijnen niet van de markt, maar worden verkocht — vaak aan particulieren die ze zelf gaan bewonen.
Hoewel dat voor individuele kopers gunstig kan zijn, betekent het op macroniveau opnieuw een krimp van het huuraanbod.
Politieke en maatschappelijke onrust
De ontwikkelingen zorgen voor groeiende maatschappelijke en politieke onrust. Op sociale media en in het publieke debat klinkt steeds vaker de vraag hoe het mogelijk is dat het woningtekort blijft oplopen, terwijl de behoefte aan betaalbare woonruimte zo groot is.
Sommige opiniemakers wijzen erop dat vooral Nederlandse starters en jonge gezinnen de gevolgen voelen. Zij stellen hun toekomstplannen uit, wonen langer bij hun ouders en ervaren steeds meer onzekerheid over wonen en samenleven.
Structureel probleem vraagt structurele oplossingen
Experts zijn het erover eens dat het woningtekort niet met één maatregel kan worden opgelost. Het gaat om een structureel probleem, waarin bouwtempo, regelgeving, financiering en demografie samenkomen.
Zonder versnelling van de bouw, stabiel beleid voor investeerders en bescherming van het huuraanbod dreigt de situatie verder te verslechteren. De verkoop van huurwoningen kan op korte termijn geld opleveren, maar vergroot het probleem zolang de nieuwbouw achterblijft.
Wat betekent dit voor de komende jaren?
Als de huidige trends zich doorzetten, moeten huurders zich voorbereiden op:
-
Minder keuze op de huurmarkt
-
Langere wachttijden voor betaalbare woningen
-
Stijgende huren, vooral in de vrije sector
-
Meer jongeren die langer thuis blijven wonen
Zonder ingrijpen kan het woningtekort de komende jaren nog verder oplopen, ondanks alle ambities en plannen.
Conclusie: druk op woningmarkt neemt verder toe
Het oplopende woningtekort, gecombineerd met de geplande verkoop van huurwoningen door corporaties en beleggers, vormt een zorgwekkende cocktail. Hoewel nieuwbouwprojecten in de planning staan, blijft het tempo onvoldoende om de uitstroom uit de huursector te compenseren.
Voor huurders, starters en gezinnen betekent dit aanhoudende onzekerheid. De cijfers laten zien dat het probleem niet vanzelf verdwijnt. Zonder duidelijke koers en langdurige oplossingen blijft de Nederlandse woningmarkt gevangen in een crisis die steeds meer mensen direct raakt.