Connect with us

Actueel

Sarah (37) mag haar ramen niet op zondag wassen van de buurman: “Zondag is een rustdag”

Published

on

Ruzie met de buurman: mag je ramen wassen op zondag?

Elke zondagmiddag, rond een uur of één, pakt Sarah haar spons en emmer om de ramen te wassen. Voor haar is het een vast moment in de week, een gewoonte die niet alleen haar huis opfrist, maar ook zorgt voor een ontspannen gevoel. Ze geniet van de frisse lucht en het resultaat van haar harde werk. Haar buren lijken er nooit een probleem van te maken – behalve één persoon: meneer De Vries.

Een buurman met vaste principes

Meneer De Vries is een vriendelijke maar uitgesproken man van ergens in de zeventig. Hij woont al meer dan veertig jaar in de straat en voelt zich verantwoordelijk voor het naleven van wat hij ‘de buurtregels’ noemt. Een van zijn grootste principes? Op zondag wordt er niet gewerkt. En voor hem valt ramen wassen daar ook onder.

Hij gelooft sterk in het idee dat zondag een rustdag is, waarop mensen moeten ontspannen en zich niet bezig moeten houden met huishoudelijke klusjes. In zijn ogen hoort het wassen van ramen niet bij een ontspannen zondag, maar eerder bij de doordeweekse dagen waarop men werkt en zijn verantwoordelijkheden vervult. Dit principe heeft hij jarenlang nageleefd en hij verwacht eigenlijk dat anderen in de straat dat ook doen.

De eerste confrontatie

De eerste keer dat hij Sarah erop aansprak, dacht ze dat hij een grapje maakte. Terwijl ze op haar keukentrapje stond, emmer in de ene hand en spons in de andere, hoorde ze hem vanuit zijn voortuin roepen:

“Sarah, moet dat nou? Het is zondag, een dag van rust.”

Sarah glimlachte en antwoordde luchtig: “Oh, maar ik vind dit ontspannend!” en ging door met haar ramen. Meneer De Vries schudde zijn hoofd en liep weg, maar bleef haar nog even observeren met een afkeurende blik.

Voor Sarah voelde dit ongemakkelijk. Ze begreep dat sommige mensen de zondag als een heilige dag beschouwen, maar voor haar betekende het iets anders. Het was een vrije dag waarop ze eindelijk tijd had om haar huis op orde te brengen en de dingen te doen die door de week bleven liggen. Ze had het druk doordeweeks en vond het juist fijn om haar zondagen nuttig te besteden.

De spanning loopt op

Een week later, op zondag, stond meneer De Vries aan haar deur. Dit keer was zijn toon serieuzer. “Ik wil niet onbeleefd zijn, maar zondag is een rustdag. Het stoort me als ik mensen zie werken. Zou je je ramen niet op een andere dag kunnen doen?”

Sarah wist niet goed wat ze moest zeggen. Ze vond het eerlijk gezegd een beetje overdreven. We leven in een vrij land, toch? Ze respecteert zijn overtuiging, maar deelt hem niet. Voor haar is zondag gewoon een dag als alle andere. Maar ze wil ook geen ruzie met haar buurman. Hij is verder een aardige man, brengt haar weleens appels uit zijn tuin en houdt een oogje in het zeil als ze een paar dagen weg is.

De situatie zette haar aan het denken. Ze wilde geen burenruzie, maar ze wilde ook niet het gevoel hebben dat ze gecontroleerd werd. Waarom zou ze haar routine aanpassen aan de wensen van iemand anders? Was dat nodig om de vrede te bewaren, of moest ze vasthouden aan haar eigen manier van leven?

Wat zegt de wet over werken op zondag?

In Nederland is er geen wet die het werken op zondag verbiedt. Wel is er in sommige beroepen een zondagsrust vastgelegd, zoals in de detailhandel of andere sectoren waarin een collectieve rustdag geldt. Maar voor huishoudelijke klusjes als ramen wassen, gras maaien of auto’s wassen is er geen juridische regel die bepaalt dat dit niet mag.

Toch zijn er nog veel buurten waar tradities en sociale normen invloed hebben op wat als ‘gepast’ wordt gezien op zondag. In dorpen of streng religieuze gemeenschappen wordt er nog steeds waarde gehecht aan de zondagsrust, maar in stedelijke gebieden is dat steeds minder het geval. Iedereen mag zelf bepalen hoe hij of zij de zondag invult, zolang het geen overlast veroorzaakt.

Hoe gaan anderen hiermee om?

Sarah besloot haar dilemma eens voor te leggen aan vrienden en familie. Ze kreeg gemengde reacties.

Haar moeder vond dat ze gewoon moest doen waar ze zin in had. “Het is jouw huis, jouw ramen. Meneer De Vries mag best zijn mening hebben, maar dat betekent niet dat jij je eraan moet houden.”

Een vriendin die in een klein dorp woont, had een andere kijk op de zaak: “Bij ons zou dit echt niet kunnen. Je wilt geen slechte naam krijgen in de buurt. Soms is het beter om gewoon de lieve vrede te bewaren.”

Op een forum waar Sarah het probleem deelde, kreeg ze nog meer uiteenlopende reacties. Sommige mensen vonden het onzin dat ze zich überhaupt druk maakte en moedigden haar aan om gewoon door te gaan. Anderen vonden dat ze rekening moest houden met oudere generaties die nog hechten aan bepaalde normen en waarden.

De twijfel slaat toe

Moet ze toegeven aan zijn verzoek en haar ramen op een andere dag wassen om de vrede te bewaren? Of moet ze vasthouden aan haar eigen vrijheid en haar routine blijven volgen, ook al stoort het hem?

Ze merkt dat ze op zondagen steeds vaker uit het raam kijkt om te zien of meneer De Vries haar in de gaten houdt. Soms voelt ze zich zelfs schuldig, en dat irriteert haar misschien nog wel het meest.

Maar ergens vindt ze ook dat haar buurman zijn mening niet zou moeten opleggen aan anderen. Zolang ze geen lawaai maakt of overlast veroorzaakt, doet ze toch niets verkeerd? Iedereen heeft zijn eigen manier van leven, en het zou mooi zijn als mensen elkaar daarin kunnen respecteren.

Wat zou jij doen?

Sarah blijft met haar dilemma zitten. Ze wil geen ruzie, maar ze wil zich ook niet laten dwingen om haar gewoontes aan te passen.

Wat zou jij doen in haar situatie? Zou je uit beleefdheid toegeven en de ramen op een andere dag wassen? Of zou je gewoon doorgaan met je eigen gewoontes en hopen dat meneer De Vries zich er uiteindelijk overheen zet?

Laat het weten!

Actueel

Enorme klap voor iedereen met een huurwoning

Published

on

Woningtekort blijft groeien: verkoopgolf van huurwoningen dreigt de crisis verder te verdiepen

Het woningtekort in Nederland blijft hardnekkig oplopen en is inmiddels uitgekomen op circa 410.000 woningen. Daarmee staat de druk op de woningmarkt op een historisch hoog niveau. Alsof dat nog niet genoeg is, wijst nieuw onderzoek erop dat er nog meer problemen op komst zijn. Zowel beleggers als woningcorporaties zijn namelijk van plan om de komende jaren nog meer huurwoningen te verkopen. De gevolgen daarvan kunnen ingrijpend zijn voor huurders, starters en gezinnen.

Het vooruitzicht: een verder krimpend huuraanbod, stijgende huren in de vrije sector en een generatie jongeren die noodgedwongen langer bij hun ouders blijft wonen.


Alarmerend rapport over de toekomst van huurwoningen

Uit een gezamenlijk rapport van Capital Value en ABF Research, opgesteld in opdracht van de overheid, blijkt dat de bereidheid om huurwoningen te verkopen groot is. Meer dan de helft van de ondervraagde partijen geeft aan dat zij hun huurbezit verder willen afbouwen.

Concreet zegt 56 procent van de woningcorporaties te verwachten dat zij in de komende jaren meer woningen zullen “uitponden”. Uitponden betekent dat huurwoningen bij mutatie — dus wanneer een huurder vertrekt — niet opnieuw worden verhuurd, maar te koop worden gezet.

Ook particuliere en institutionele beleggers volgen deze strategie steeds vaker.


Waarom corporaties en beleggers verkopen

Voor woningcorporaties is de verkoop van huurwoningen geen doel op zich, maar een middel. De opbrengsten worden ingezet voor nieuwbouwprojecten en voor het verduurzamen van bestaande woningen. In theorie zou dat op lange termijn moeten bijdragen aan meer en betere woningen.

In de praktijk wringt het echter. De verkoop gebeurt sneller dan de nieuwbouw kan worden gerealiseerd, waardoor het netto-aanbod aan huurwoningen verder afneemt.

Beleggers hebben weer andere motieven. Volgens Arjan Peerboom, directeur van Capital Value, speelt vooral de veranderde financiële context een rol. “Beleggers kiezen steeds vaker voor individuele verkoop vanwege hogere fiscale lasten en lagere rendementen bij het aanhouden van huurwoningen,” aldus Peerboom.


Een harde klap voor huurders en starters

De gevolgen van deze verkoopgolf zijn aanzienlijk. Minder huurwoningen betekent meer concurrentie op een markt die al extreem krap is. Vooral in de vrije huursector, waar de huren minder gereguleerd zijn, zal dat leiden tot forse prijsstijgingen.

Voor jongeren en starters wordt het daardoor steeds moeilijker om een zelfstandige woning te vinden. Veel twintigers en dertigers blijven noodgedwongen langer thuis wonen of delen een woning, simpelweg omdat er geen betaalbare alternatieven zijn.

Ook gezinnen die willen doorstromen, lopen vast. Wie een betaalbare huurwoning verlaat, heeft geen garantie dat er iets passends voor terugkomt.


Cijfers laten trend duidelijk zien

De trend is al zichtbaar in de cijfers. In 2024 werden 26.180 huurwoningen verkocht. Dat aantal ligt fors hoger dan in eerdere jaren en vormt een duidelijke aanwijzing dat het uitponden structureel is geworden.

Als deze ontwikkeling doorzet — en daar wijzen de huidige plannen op — zal het tekort aan huurwoningen verder oplopen. Dat werkt als een vicieuze cirkel: minder aanbod leidt tot hogere prijzen, waardoor nog meer mensen buiten de boot vallen.

 

 


Nieuwbouw kan tempo niet bijhouden

Tegenover de verkoop van huurwoningen staat de bouw van nieuwe woningen. In 2025 werden 69.200 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Voor dit jaar wordt een stijging verwacht naar ongeveer 88.000 woningen. Dat lijkt positief, maar het is onvoldoende om het bestaande tekort snel terug te dringen.

Bovendien is er een zorgwekkende ontwikkeling zichtbaar aan de voorkant van de bouwketen. Het aantal bouwvergunningen bevindt zich momenteel in een “stevige dip”, zo meldt De Telegraaf. Minder vergunningen vandaag betekent minder opleveringen over enkele jaren.


Buitenlandse investeerders haken af

Een belangrijke factor in de teruglopende bouwactiviteit is het afhaken van buitenlandse beleggers. Hun aandeel in de financiering van Nederlandse woningbouwprojecten is gedaald naar slechts 7 procent, het laagste niveau ooit gemeten.

Internationale investeerders noemen meerdere obstakels:

  • De hoge overdrachtsbelasting in Nederland

  • Strenge huurwetgeving, vooral in de gereguleerde sector

  • Veranderde fiscale regels, waardoor rendementen onder druk staan

Als gevolg daarvan bouwen buitenlandse partijen hun vastgoedportefeuilles in Nederland af.


Afnemend buitenlands bezit

De cijfers onderstrepen die trend. Begin vorig jaar bezaten buitenlandse beleggers nog ongeveer 80.000 huurwoningen in Nederland. Inmiddels is dat aantal gedaald naar 72.500. Die woningen verdwijnen niet van de markt, maar worden verkocht — vaak aan particulieren die ze zelf gaan bewonen.

Hoewel dat voor individuele kopers gunstig kan zijn, betekent het op macroniveau opnieuw een krimp van het huuraanbod.


Politieke en maatschappelijke onrust

De ontwikkelingen zorgen voor groeiende maatschappelijke en politieke onrust. Op sociale media en in het publieke debat klinkt steeds vaker de vraag hoe het mogelijk is dat het woningtekort blijft oplopen, terwijl de behoefte aan betaalbare woonruimte zo groot is.

Sommige opiniemakers wijzen erop dat vooral Nederlandse starters en jonge gezinnen de gevolgen voelen. Zij stellen hun toekomstplannen uit, wonen langer bij hun ouders en ervaren steeds meer onzekerheid over wonen en samenleven.


Structureel probleem vraagt structurele oplossingen

Experts zijn het erover eens dat het woningtekort niet met één maatregel kan worden opgelost. Het gaat om een structureel probleem, waarin bouwtempo, regelgeving, financiering en demografie samenkomen.

Zonder versnelling van de bouw, stabiel beleid voor investeerders en bescherming van het huuraanbod dreigt de situatie verder te verslechteren. De verkoop van huurwoningen kan op korte termijn geld opleveren, maar vergroot het probleem zolang de nieuwbouw achterblijft.


Wat betekent dit voor de komende jaren?

Als de huidige trends zich doorzetten, moeten huurders zich voorbereiden op:

  • Minder keuze op de huurmarkt

  • Langere wachttijden voor betaalbare woningen

  • Stijgende huren, vooral in de vrije sector

  • Meer jongeren die langer thuis blijven wonen

Zonder ingrijpen kan het woningtekort de komende jaren nog verder oplopen, ondanks alle ambities en plannen.


Conclusie: druk op woningmarkt neemt verder toe

Het oplopende woningtekort, gecombineerd met de geplande verkoop van huurwoningen door corporaties en beleggers, vormt een zorgwekkende cocktail. Hoewel nieuwbouwprojecten in de planning staan, blijft het tempo onvoldoende om de uitstroom uit de huursector te compenseren.

Voor huurders, starters en gezinnen betekent dit aanhoudende onzekerheid. De cijfers laten zien dat het probleem niet vanzelf verdwijnt. Zonder duidelijke koers en langdurige oplossingen blijft de Nederlandse woningmarkt gevangen in een crisis die steeds meer mensen direct raakt.

Continue Reading